De werknemer was sinds 1995 in dienst bij Visser Smit Habab B.V. (VSH) en meldde zich ziek op 15 november 2021. Ondanks waarschuwingen in februari 2023 en een gesprek in november 2023, erkende hij dat hij tijdens zijn ziekteperiode chauffeurswerkzaamheden had verricht voor een ander bedrijf zonder toestemming van VSH.
VSH sprak daarop het ontslag op staande voet uit wegens schending van het verzuimreglement en het niet naleven van re-integratieverplichtingen. De werknemer betwistte het ontslag en vorderde loonbetaling en schadevergoeding, maar de kantonrechter oordeelde dat het ontslag terecht was gegeven vanwege ernstig verwijtbaar handelen.
De kantonrechter wees de loonvorderingen en de transitievergoeding af, omdat het handelen van de werknemer als ernstig verwijtbaar werd beschouwd. Tevens werd de werknemer veroordeeld tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding aan VSH wegens het ontslag op staande voet, maar niet tot betaling van de onderzoekskosten van de bedrijfsrecherche. De proceskosten werden aan de werknemer opgelegd wegens zijn ernstig verwijtbare gedrag.