ECLI:NL:RBROT:2024:3188

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 maart 2024
Publicatiedatum
11 april 2024
Zaaknummer
C/10/658301 / JE RK 23-1187
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 1:265c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen

De rechtbank Rotterdam heeft op 20 maart 2024 een beschikking gegeven over de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, geboren in 2018 en 2019, die momenteel verblijven bij hun pleegouders, de grootouders. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag. De machtiging tot uithuisplaatsing was reeds verlengd tot 3 april 2024 en de rechtbank moest beslissen over de verlenging tot 18 juli 2024.

De gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (GI) heeft het verzoek tot verlenging gehandhaafd en toegelicht dat, ongeacht de uitkomst van een lopende procedure over het hoofdverblijf, de verlenging noodzakelijk is. Dit is om tijd te hebben voor een geleidelijke opbouw van contact tussen de kinderen en de ouders of om het verblijf bij de pleegouders te continueren.

Tijdens de mondelinge behandeling waren de ouders, pleegouders, bijzondere curatoren en vertegenwoordigers van de GI en de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig. Geen van de partijen heeft verweer gevoerd tegen de verlenging. De rechtbank oordeelt dat de verlenging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de kinderen en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

De beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken, en schriftelijk vastgelegd op 2 april 2024. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na dagtekening van de beschikking.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen tot 18 juli 2024 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Meervoudige Kamer
Teams Jeugd en Familie
Zaaknummer: C/10/658301 / JE RK 23-1187
Datum uitspraak: 20 maart 2024
Beschikking over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de GI,
over
[kind 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2019 in [geboorteplaats 1], hierna te noemen [kind 1],
[kind 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats 2], hierna te noemen [kind 2].
De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:
[naam 1],
hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1],
advocaat mr. R. Tetteroo te Rotterdam,
[naam 2],
hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2],
advocaat mr. F. Pool te Rotterdam.
[naam familie],
hierna te noemen de pleegouders, wonende in [woonplaats 3],
advocaat mr. G.E. van der Pols te Rotterdam,
[naam 3], bijzondere curator,
hierna te noemen [naam 3], kantoorhoudende te [plaatsnaam 1],
[naam 4], bijzondere curator,
hierna te noemen [naam 4], kantoorhoudende te [plaatsnaam 2],
samen hierna ook genoemd de bijzondere curatoren.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
  • de beschikking van de (kinder)rechter in deze rechtbank van 14 april 2023 in de procedure met zaaknummer C/10/631928 / FA RK 22-243 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
  • de update van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen de Raad) van 4 juli 2023;
  • het bericht van de rechtbank over de aangehouden pro forma datum van 28 september 2023;
  • de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 15 december 2023 in de onderhavige procedure en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
  • het e-mailbericht van [naam 3] van 8 februari 2024;
  • de briefrapportage van de GI van 5 maart 2024;
  • het verslag van de bijzondere curatoren van 12 maart 2024.
1.2.
Op 20 maart 2024 heeft de meervoudige kamer van deze rechtbank de (eerder enkelvoudige) mondelinge behandeling van de zaak met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met mr. M.S. Krol (waarnemend voor mr. F. Pool);
  • de moeder met haar advocaat;
  • de pleegouders met hun advocaat;
  • de bijzondere curatoren;
  • een vertegenwoordiger van de Raad, [naam 5], als informant;
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam 6] die de zitting telefonisch heeft bijgewoond.
Onderhavig verzoek is tijdens de zitting van 20 maart 2024 gezamenlijk behandeld met de lopende procedure met zaaknummer C/10/631928 / FA RK 22-243.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [kind 1] en [kind 2].
2.2.
[kind 1] en [kind 2] verblijven bij de pleegouders, te weten bij de grootouders vz.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 juli 2023 de ondertoezichtstelling van [kind 1] en [kind 2] verlengd tot 18 juli 2024.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 15 december 2023 de machtiging verlengd om [kind 1] en [kind 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een pleeggezin tot 3 april 2024. Het overige verzochte is aangehouden en verwezen naar de meervoudige kamer.
2.5.
Bij genoemde beschikking van 15 december 2023 zijn de bijzondere curatoren benoemd om [kind 1] en [kind 2] in en buiten rechte te vertegenwoordigen.

3.Het aangehouden verzoek

3.1.
De GI heeft (oorspronkelijk) verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind 1] en [kind 2] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van een jaar. De GI heeft verzocht de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Bij beschikking van 15 december 2023 is de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 3 april 2024. Het overige verzochte is aangehouden. Nu moet er nog beslist worden over de periode tot 18 juli 2024.

4.De standpunten

4.1.
De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. Ongeacht de uitkomsten in de procedure met kenmerk C/10/631928 / FA RK 22-243 inzake 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW), is het van belang dat de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen wordt verlengd. Wanneer de hoofdverblijfplaats van [kind 1] of [kind 2] bij een van de ouders wordt bepaald, heeft de GI tijd nodig om dat in de praktijk te realiseren.
4.2.
Door en namens de moeder, de vader en de pleegouders is geen verweer gevoerd tegen een verlenging van de uithuisplaatsing.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de rechtbank van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind 1] en [kind 2] noodzakelijk is in het belang van hun verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, BW).
5.2.
Ter zitting is door geen van partijen verweer gevoerd tegen een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. De rechtbank is van oordeel dat, ongeacht de beslissing die zij neemt in de procedure inzake 1:253a BW, een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is. Ingeval het hoofdverblijf bij een van de ouders wordt bepaald, heeft de GI tijd nodig om deze overplaatsing te realiseren, middels een geleidelijke opbouw van het contact tussen de desbetreffende ouder en de kinderen. Wanneer de rechtbank oordeelt dat het hoofdverblijf niet bij een van de ouders wordt bepaald, dan is de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk om het verblijf van [kind 1] en [kind 2] bij de pleegouders te continueren.
5.3.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind 1] en [kind 2] verlengen voor de resterende duur, te weten tot 18 juli 2024.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [kind 1] en [kind 2] in een voorziening voor netwerkpleegzorg tot 18 juli 2024;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2024 door mr. A.M.I. van der Does, voorzitter tevens kinderrechter, en mrs. A.A.J. de Nijs en H.C.A. de Groot, kinderrechters, in aanwezigheid van mr. M.C.J. Holierhoek als griffier, en op schrift gesteld op 2 april 2024.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.