De rechtbank Rotterdam heeft op 20 maart 2024 een beschikking gegeven over de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, geboren in 2018 en 2019, die momenteel verblijven bij hun pleegouders, de grootouders. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag. De machtiging tot uithuisplaatsing was reeds verlengd tot 3 april 2024 en de rechtbank moest beslissen over de verlenging tot 18 juli 2024.
De gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (GI) heeft het verzoek tot verlenging gehandhaafd en toegelicht dat, ongeacht de uitkomst van een lopende procedure over het hoofdverblijf, de verlenging noodzakelijk is. Dit is om tijd te hebben voor een geleidelijke opbouw van contact tussen de kinderen en de ouders of om het verblijf bij de pleegouders te continueren.
Tijdens de mondelinge behandeling waren de ouders, pleegouders, bijzondere curatoren en vertegenwoordigers van de GI en de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig. Geen van de partijen heeft verweer gevoerd tegen de verlenging. De rechtbank oordeelt dat de verlenging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de kinderen en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
De beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken, en schriftelijk vastgelegd op 2 april 2024. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na dagtekening van de beschikking.