ECLI:NL:RBROT:2024:3287

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 april 2024
Publicatiedatum
15 april 2024
Zaaknummer
10948559
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 254 lid 1 RvArt. 139 RvArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Werkgever verplicht werknemer aan te melden bij Belastingdienst na niet-naleving

In deze kort geding procedure vordert de werknemer dat zijn werkgever, S&A Services B.V., hem aanmeldt bij de Belastingdienst. De werknemer stelt dat hij op basis van een arbeidsovereenkomst bij S&A heeft gewerkt, maar niet is aangemeld, waardoor hij geen toegang heeft tot sociale zekerheidsvoorzieningen zoals werknemersverzekeringen.

De werkgever is niet verschenen op de zitting, waardoor verstek is verleend. De kantonrechter oordeelt dat de eis spoedeisend is en niet onrechtmatig of ongegrond lijkt. Daarom wordt de werkgever veroordeeld om de werknemer binnen vijf dagen na betekening van het vonnis aan te melden bij de Belastingdienst.

Daarnaast wordt een dwangsom van €250 per dag opgelegd bij niet-naleving, met een maximum van €5.000. De werkgever wordt tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten, begroot op €493,50. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld om werknemer binnen vijf dagen aan te melden bij de Belastingdienst met dwangsom bij nalatigheid.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10948559 VV EXPL 24-97
datum uitspraak: 10 april 2024
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser],
woonplaats: [woonplaats],
eiser,
gemachtigde: mr. Y.E. Palit,
tegen
S&A Services B.V.,
vestigingsplaats: Capelle aan den IJssel,
gedaagde,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘[eiser]’ en ‘S&A’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de dagvaarding van 26 februari 2024, met bijlagen.
1.2.
Op 3 april 2024 heeft een zitting plaatsgevonden. [eiser] had van tevoren al gemeld dat hij en zijn gemachtigde daar niet bij aanwezig zouden zijn. S&A is zonder bericht niet verschenen. Tegen haar is daarom verstek verleend.

2.De beoordeling

De eis wordt toegewezen
2.1.
[eiser] stelt in de dagvaarding dat hij bij S&A heeft gewerkt op basis van een arbeidsovereenkomst. Volgens hem heeft S&A hem niet aangemeld bij de Belastingdienst, waardoor hij geen sociaal vangnet heeft, zoals de aanspraak op werknemersverzekeringen. Hij eist daarom dat S&A wordt veroordeeld om hem aan te melden bij de Belastingdienst, op straffe van een dwangsom.
2.2.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv Pro). Uit de stellingen van [eiser] volgt dat deze spoed aanwezig is. De eis wordt toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond lijkt (artikel 139 Rv Pro).
2.3.
De kantonrechter bepaalt dat S&A [eiser] binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis (en dus niet na afgifte ervan, zoals geëist) moet aanmelden bij de Belastingdienst.
S&A moet de proceskosten betalen
2.4.
S&A moet de proceskosten betalen, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van [eiser] op € 87,- aan griffierecht, € 271,50,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 493,50. Het salaris betreft de helft van het gebruikelijke tarief in kort gedingzaken waarin de gedaagde verstek laat gaan, omdat [eiser] en zijn gemachtigde niet op de zitting zijn verschenen. Er worden geen explootkosten toegewezen, omdat [eiser] stelt dat hij met een toevoeging procedeert.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.5.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro).

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt S&A om [eiser] binnen vijf dagen nadat dit vonnis is betekend op een deugdelijke manier aan te melden bij de Belastingdienst en veroordeelt haar om een dwangsom te betalen van € 250,- per dag dat zij dit nalaat, met een maximum van € 5.000,-;
3.2.
veroordeelt S&A in de proceskosten, die aan de kant van [eiser] worden begroot op € 493,50;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.I. Mentink en in het openbaar uitgesproken.
33394