ECLI:NL:RBROT:2024:3613
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening voor voorschotten WW-uitkering wegens ontbreken verblijfsrecht
Verzoekster heeft op 30 januari 2024 een WW-uitkering aangevraagd, maar het UWV heeft deze aanvraag afgewezen vanwege het ontbreken van een geldig verblijfsdocument. Verzoekster stelde dat zij als gemeenschapsonderdaan rechtmatig verblijf heeft en daardoor aanspraak kan maken op een WW-uitkering.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster geen rechtmatig verblijf heeft, mede omdat de IND haar aanvraag voor een EU-verblijfsdocument heeft afgewezen en zij de verblijfscode 98 heeft gekregen, wat inhoudt dat zij geen verblijfsrecht heeft. Verzoeksters beroep op artikel 65 van Pro de Euro-mediterrane Overeenkomst (EMO) wordt eveneens verworpen omdat zij niet kan aantonen dat zij rechtmatig verblijft.
Hoewel er sprake is van een spoedeisend belang omdat verzoekster geen andere inkomsten heeft, is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Dit betekent dat het UWV niet verplicht is voorschotten te verstrekken. De uitspraak is bindend en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor voorschotten op een WW-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van rechtmatig verblijf.