ECLI:NL:RBROT:2024:3701
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak op bezwaar WOZ-waarde woning wegens schending artikel 40 Wet WOZ
Eiser is eigenaar van een tussenwoning in Schiedam en betwist de vastgestelde WOZ-waarde van €415.000,- per 1 januari 2021. Hij stelt dat de heffingsambtenaar niet alle gevraagde gegevens heeft verstrekt, zoals de KOUDV- en liggingsfactoren van de nieuwe vergelijkingsobjecten, waardoor het recht op inzage is geschonden.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar inderdaad in strijd met artikel 40, tweede lid, Wet WOZ heeft gehandeld door niet alle gevraagde gegevens te verstrekken. Hierdoor wordt het beroep gegrond verklaard en wordt de uitspraak op bezwaar vernietigd. Vervolgens beoordeelt de rechtbank of de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld en concludeert dat de waarde van €415.000,- aannemelijk is, mede omdat vergelijkingsobjecten passend zijn en het buurpand niet identiek is.
Verder constateert de rechtbank een overschrijding van de redelijke termijn van twee maanden in de bezwaarfase en kent eiser een immateriële schadevergoeding van €50,- toe. De heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht, proceskosten en immateriële schade. De rechtsgevolgen van de uitspraak op bezwaar blijven in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd, maar de WOZ-waarde blijft ongewijzigd en immateriële schadevergoeding wordt toegekend.