ECLI:NL:RBROT:2024:3997
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vordering op betaling achterstallig loon en vergoedingen door werknemer tegen werkgever
De werknemer trad op 1 september 2023 in dienst bij de werkgever voor negen maanden als arbeidstrainer en arbeidscoach. Zij ontving geen loon over november 2023 tot en met januari 2024, noch de eindejaarsuitkering over 2023, en ook haar gemaakte parkeer- en reiskosten werden niet vergoed.
In kort geding eiste zij betaling van het achterstallige loon, vakantietoeslag, eindejaarsuitkering, wettelijke verhogingen en rente, alsmede een specificatie van de loonbetaling over januari 2024. De werkgever verscheen niet, waardoor verstek werd verleend.
De kantonrechter oordeelde dat de eis tot betaling van vakantietoeslag en opbouw van de eindejaarsuitkering over januari 2024 niet toewijsbaar was vanwege contractuele bepalingen over betalingstermijnen. De overige vorderingen werden toegewezen inclusief wettelijke verhogingen en rente. Tevens werd de werkgever veroordeeld tot het verstrekken van een loon specificatie en betaling van proceskosten.
Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat de werknemer direct betaling kan afdwingen. De dwangsom voor het niet verstrekken van de specificatie werd gemaximeerd op € 1.000.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, eindejaarsuitkering, reiskosten, en verstrekking van loon specificatie met wettelijke verhogingen en rente.