ECLI:NL:RBROT:2024:4417
Rechtbank Rotterdam
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling griffierecht afgewezen
Opposant stelde verzet in tegen de uitspraak van 1 maart 2024, waarin zijn beroepschrift niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet betalen van griffierecht en het ontbreken van een verschoonbare reden hiervoor.
De rechtbank behandelde het verzet op zitting, waarbij de gemachtigde van het Dagelijks Bestuur van GR Sociaal niet verscheen. Opposant voerde aan dat hij op 15 januari 2024 per e-mail om vrijstelling van griffierecht had verzocht, maar dit verzoek was niet terug te vinden in het dossier.
De rechtbank oordeelde dat er geen aanknopingspunten zijn om misbruik van recht door opposant uit te sluiten, zoals eerder in soortgelijke zaken is vastgesteld. De stelling dat in andere zaken wel vrijstelling werd verleend, leidt niet tot willekeur omdat die zaken wezenlijk verschillen.
Verder faalde het betoog dat het niet vooraf bekend zijn van de naam van de rechter tot strijd met de Grondwet zou leiden. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring bleef in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling van griffierecht wordt ongegrond verklaard.