De zaak betreft het ontslag op staande voet van een werknemer bij supermarktketen Dirk, die twee keer producten uit de winkel heeft gepakt en genuttigd zonder te betalen. De werknemer betwistte het ontslag en vorderde onder meer een billijke vergoeding, transitievergoeding, verwijdering van registraties en opheffing van een winkelverbod.
De kantonrechter stelde vast dat de werknemer op 7 en 21 januari 2024 de producten inderdaad niet betaald had, ondanks zijn bewering dat hij dit later alsnog zou hebben gedaan. Onderzoek van een extern bureau en kassabonnen bevestigden dit. Het handelen van de werknemer werd als ernstig verwijtbaar beoordeeld, mede vanwege zijn voorbeeldfunctie als leidinggevende en het zerotolerancebeleid van Dirk.
Het ontslag werd als geldig beoordeeld omdat er een dringende reden was, het ontslag onverwijld is gegeven en de reden onverwijld is medegedeeld. De kantonrechter wees de verzoeken tot billijke vergoeding, transitievergoeding, wettelijke verhoging en opheffing van het winkelverbod af. Wel werd werkgever veroordeeld om de registratie uit het interne waarschuwingsregister te verwijderen wegens het ontbreken van een grondslag en noodzaak.