ECLI:NL:RBROT:2024:4740
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugsgerelateerde overtredingen
De burgemeester van Rotterdam heeft de woning van verzoekster voor drie maanden gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, vanwege de aanwezigheid van aanzienlijke hoeveelheden harddrugs, softdrugs, een vuurwapen, munitie en drugshandelsattributen. De politie vond deze goederen verspreid over meerdere ruimtes in de woning en schuur na een melding van Meld Misdaad Anoniem.
Verzoekster betwistte de sluiting en vroeg een voorlopige voorziening om in de woning te mogen blijven wonen. De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake is van een spoedeisend belang, omdat zonder voorlopige voorziening verzoekster drie maanden geen toegang tot haar woning zou hebben.
De rechter stelde vast dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting en dat de ernst en omvang van de overtreding de noodzaak tot sluiting rechtvaardigen. De aanwezigheid van handelshoeveelheden drugs, een vuurwapen en geld duiden op drugshandel vanuit de woning. Verzoeksters argumenten, waaronder het ontbreken van directe handel op straat en haar pogingen om haar zonen uit te schrijven en toegang te ontzeggen, wogen niet zwaarder dan het algemeen belang bij het herstel van de openbare orde.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de sluiting evenwichtig is en dat verzoekster als hoofdbewoner verantwoordelijk is voor wat zich in haar woning afspeelt. Er waren geen medische redenen om de sluiting te voorkomen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen, waardoor de woning gesloten mag blijven voor drie maanden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen, waardoor de woning voor drie maanden gesloten blijft.