Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het verzoekschrift (ontvangen op 16 januari 2024), met bijlagen;
- het verweerschrift, met bijlagen;
- de brief van [verweerster] van 20 maart 2024, met één bijlage;
- de brief van [verweerster] van 21 maart 2024, met één bijlage;
- de mail van [verzoekster] van 22 maart 2024, met bijlagen;
- de mail van [verzoekster] van 25 maart 2024, met één bijlage;
- de mail van [verzoekster] van 26 maart 2024, met één bijlage;
- de spreekaantekeningen van [verzoekster];
- de spreekaantekening van [verweerster].
2.De beoordeling
[verweerster] uit nog 2 MT-leden, [naam 3] en [naam 2].
“Ik ben boos, verdrietig, teleurgesteld, en heb geen vertrouwen meer in jou. Dit vooral na de laatste onterechte ernstige beschuldiging van jou aan mijn adres, dat ik voor onrust in de organisatie zorg. (…) De stress die je nu bij mij hebt veroorzaakt heeft zijn maximale punt bereikt. Als deze zo blijft, dan ga ik me in januari ziekmelden. (…)”
re-integratie. Daarom stuurt [verweerster] aan de MT-leden een e-mail waarin zij aankondigt dat zij de week erop gedeeltelijk weer aan het werk wil gaan. [naam 1] reageert op 31 mei 2023 per mail en geeft aan dat het fijn is dat er sprake is van verbetering van de klachten, dat zij het ook prettig vindt dat er weer een eerste contact is tussen partijen. Verder meldt zij dat [verzoekster] het advies van de bedrijfsarts wil overnemen, maar een gesprek tussen haar en [verweerster] haar een juiste eerste stap lijkt om te onderzoeken hoe het vertrouwen van [verweerster] in haar kan worden hersteld. [verweerster] stemt in met een gesprek, maar stuurt tegelijkertijd, zonder [naam 1] daarin te kennen, een whatsappbericht naar haar eigen team waarin zij aangeeft op 6 juni 2023 te starten met re-integratie. [verweerster] is van mening dat zowel het voeren van gesprekken om het vertrouwen te herstellen als de re-integratie samen kunnen verlopen. [verzoekster] wil echter eerst in gesprek gaan om te beoordelen of het vertrouwen kan worden hersteld en pas daarna in gesprek gaan om terugkeer vorm te geven. Een terugkeer naar het werk zonder gesprekken na 5 maanden afwezigheid en de e-mail van [verweerster] aan de RvT waarin zij openlijk het beleid van [naam 1] bekritiseert, zal onrust teweegbrengen binnen de kleine organisatie en dat is niet in het bedrijfsbelang. [naam 1] vraagt vervolgens [verweerster] om een email te sturen naar het team waarin ze aangeeft dat ze te voorbarig is in haar whatsapp-bericht aan haar team. [verweerster] heeft gevolg gegeven aan dit verzoek.
1 juni 2024 is de hoogte van de vergoeding € 79.687,90 bruto. Dit bedrag moet [verzoekster] aan [verweerster] betalen.