Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 3 april 2024, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de spreekaantekeningen van [eiser] .
Rechtbank Rotterdam
De werknemer trad in oktober 2019 in dienst bij Pro Industry en is sindsdien meerdere malen van functie veranderd, met een addendum waarin een relatie- en concurrentiebeding zijn opgenomen. De werknemer wil het concurrentiebeding schorsen of beperken in duur en geografische reikwijdte, omdat hij een leidinggevende functie ambieert en dichter bij zijn woonplaats wil werken.
De kantonrechter oordeelt dat de werknemer een spoedeisend belang heeft bij duidelijkheid, maar dat het relatiebeding gerespecteerd wordt en de vordering tot schorsing daarvan wordt afgewezen. Het concurrentiebeding wordt eveneens niet geschorst, omdat de werkgever een zwaarwegend bedrijfsbelang heeft bij handhaving ter bescherming van haar bedrijfsdebiet en essentiële bedrijfsinformatie.
De werknemer heeft onvoldoende concreet gemaakt dat hij onbillijk wordt benadeeld door het concurrentiebeding en heeft geen concreet aanbod van een andere baan. Ook de gevorderde vergoeding voor de duur van het beding wordt afgewezen. De proceskosten worden aan de werknemer opgelegd en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vorderingen van de werknemer tot schorsing en matiging van het concurrentiebeding worden afgewezen.