Verzoeker was van 1 april 2022 tot 31 maart 2024 in dienst bij Ella B.V. en vorderde een aanzegvergoeding omdat hij meende dat de aanzegging te laat was gedaan. Daarnaast eiste hij betaling van loon over gewerkte uren, vakantiegeld en een nieuwe eindafrekening.
De kantonrechter oordeelde dat Ella B.V. met de brief van 29 februari 2024 aan de aanzegverplichting had voldaan, aangezien verzoeker deze brief had ondertekend en de datum van ondertekening onvoldoende was betwist. Tevens was er geen reden om een nieuwe eindafrekening te geven, omdat verzoeker al een loonstrook voor maart 2024 had ontvangen die voldeed aan de wettelijke eisen.
Voor de maanden januari en februari 2024 was niet aannemelijk gemaakt dat verzoeker te weinig loon had ontvangen, mede omdat de betaalde bedragen overeenkwamen met de urenlijsten en het uurloon. Voor maart 2024 was er geen bewijs dat het aantal uitbetaalde uren onjuist was. De vordering tot extra vakantiegeld werd daarom ook afgewezen.
Verzoeker kreeg geen bewijsopdracht of getuigenverhoor, omdat zijn eisen onvoldoende waren onderbouwd. Hij werd veroordeeld in de proceskosten, begroot op €928,00. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.