ECLI:NL:RBROT:2024:6107
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens misbruik van recht bij dwangsomprocedure briefadres
Eiser diende een aanvraag in voor een particulier briefadres bij de gemeente Rotterdam. Na het uitblijven van een tijdige beslissing stelde eiser de gemeente in gebreke en diende hij een beroep in bij de rechtbank wegens het niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaarde dit beroep gegrond en legde een dwangsom van € 1.442,- op aan de gemeente. De gemeente betaalde deze dwangsom aan eiser.
Eiser stelde vervolgens bezwaar tegen het besluit tot toekenning van de dwangsom, dat ongegrond werd verklaard. Hiertegen stelde eiser opnieuw beroep in. De rechtbank oordeelde dat dit beroep geen redelijk doel diende, aangezien de maximale dwangsom reeds was toegekend en betaald. De rechtbank constateerde dat het beroep werd ingesteld zonder duidelijke reden en dat de gemachtigde van eiser een patroon vertoont van het stapelen van procedures gericht op het verkrijgen van dwangsommen.
De rechtbank concludeerde dat het beroep misbruik van recht inhoudt en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Dit oordeel werd onderbouwd met verwijzing naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het feit dat de procedure een onevenredige belasting vormt voor de rechtbank.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.