Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 4 juni 2024, met bijlagen;
- de spreekaantekeningen van de gemachtigde van Van Gelder;
- het door Van Gelder op de zitting overgelegde schriftelijke stuk.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Eiser vordert betaling van loon en re-integratiebegeleiding van gedaagde Van Gelder, stellende dat hij door overgang van onderneming per 1 oktober 2023 bij Van Gelder in dienst is getreden.
Van Gelder betwist de overgang van onderneming en het spoedeisend belang van de vorderingen. De kantonrechter oordeelt dat eiser onvoldoende heeft toegelicht waarom hij spoedeisend belang heeft, mede omdat eiser sinds september 2023 een ziektewetuitkering van het UWV ontvangt die 70% van zijn laatstverdiende loon bedraagt.
Daarnaast is een verklaring voor recht niet toewijsbaar in kort geding en is onvoldoende duidelijk of het merendeel van het personeel is overgenomen, zodat vaststelling van overgang van onderneming niet mogelijk is in deze procedure.
Alle vorderingen worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van Van Gelder. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard voor de proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De loonvordering en overige vorderingen van eiser worden afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.