Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het schriftelijke wrakingsverzoek van verzoeker (in persoon), dat op 25 juni 2024 is ontvangen;
- het proces-verbaal van de op 25 juni 2024 gehouden mondelinge behandeling in de hoofdzaken;
- de e-mail van 27 juni 2024 van mr. Bossers, waarmee zij heeft medegedeeld dat zij verzoeker bijstaat in zijn wrakingsverzoek;
- de e-mail van 28 juni 2024 om 11:08 uur van verzoeker, met bijlagen;
- de schriftelijke reactie op het wrakingsverzoek van de rechter van 28 juni 2024;
- de e-mail van 28 juni 2024 om 17:11 uur van verzoeker.
- verzoeker, zijn hiervoor genoemde advocaat en een tolk in de Bosnische taal;
- de rechter.
Alle feiten of omstandigheden moeten tegelijk worden voorgedragen”, en de advocaat de vraag voorgelegd, of de e-mails van verzoeker van 28 juni 2024, gelet op die wettelijke bepaling, in de beoordeling van het wrakingsverzoek kunnen worden betrokken. De advocaat heeft zich daaromtrent gerefereerd aan het oordeel van de wrakingskamer. De omstandigheid dat de voorzitter van de wrakingskamer tijdens de zitting vervolgens niet meer expliciet op de inhoud van die e-mails is ingegaan, kan gelet hierop evenmin leiden tot de conclusie dat de voorzitter van de wrakingskamer vooringenomen zou zijn.
3.Het wrakingsverzoek tegenover de voorzieningenrechter
Het verzoek strekt tot vervangen van de genoemde rechter, omdat de rechter al beslissing bij monde heeft gedaan en verzoeken van dhr [verzoeker] afgewezen zoals vervangen Toestemming Bosnisch paspoort alsmede het aanvraag tot Nederlands Paspoort. Tijdens de zitting heeft mr van den Bos gezegd dat hij vrijdag beslissing zal nemen op schrift hetgeen niet remt wat hij daarvoor had gezegd. Mr van den Bos vroeg mr Bossers of er Hoger Beroep is ingediend is tegen de eerder beslissing van 19.04.2024.
4.De beoordeling van het wrakingsverzoek tegen de voorzieningenrechter
te bepalen dat de verklaring van toestemming van de man tot het gaan naar Bosnië (in de periode van 12 juli 2024 na schooltijd tot en met 2 augustus 2024 12 uur ten behoeve van de minderjarigen [persoon B] , wordt vervangen door een verklaring van toestemming van de voorzieningenrechter”.