Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
rekestnummer rechtbank : HA RK 24-590
Gerechtshof Den Haag
In deze civiele zaak heeft de verzoeker hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn wrakingsverzoek door de wrakingskamer van de rechtbank Rotterdam. Het wrakingsverzoek betrof de gewraakte rechter in een lopende hoofdzaak. De rechtbank had het verzoek afgewezen en de verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in bij het gerechtshof.
Het hof heeft de ontvankelijkheid van het hoger beroep onderzocht aan de hand van de recente rechtspraak van de Hoge Raad van 21 juni 2024. Deze rechtspraak bepaalt dat hoger beroep of cassatie tegen een beslissing op een wrakingsverzoek niet langer mogelijk is op grond van doorbrekingsgronden, omdat het belang van voortgang van de procedure zwaarder weegt dan het belang van een afzonderlijke toetsing van wrakingsbeslissingen.
Gelet op deze nieuwe jurisprudentie verklaart het hof de verzoeker niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Het hof benadrukt dat partijen in de hoofdprocedure alsnog kunnen aanvoeren dat een rechterlijke beslissing niet in stand kan blijven wegens het ontbreken van onpartijdigheid, maar dat dit niet via hoger beroep op de wrakingsbeslissing zelf kan. De beslissing is uitgesproken op 11 juli 2024 door een meervoudige kamer van het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de wrakingsbeslissing.