Uitspraak
tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 15 juli 2024 in de zaak tussen
[naam eiser] , uit [plaats] , eiser,
het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht, verweerder,
Procedure
Het geschil
Beoordeling door de rechtbank
De Raad heeft in diverse uitspraken aan de hand van de wetsgeschiedenis onderzocht wat de bedoeling van de wetgever met deze wetgeving was. Daaruit is het volgende naar voren gekomen. De wetgever heeft een basiszorgverzekering willen introduceren, die met de aanspraken op tandheelkundige zorg als neergelegd in artikel 2.7 van het Besluit zorgverzekering, een toereikende en passende voorziening voor kosten van tandheelkundige zorg biedt. In deze regelgeving is door de wetgever een bewuste keuze gemaakt welke kosten van tandheelkundige zorg wel en niet worden vergoed. Voor tandheelkundige zorg die bewust niet voor vergoeding in aanmerking is gebracht, zoals een kroon, heeft de wetgever volgens de Raad het vergoeden van de kosten daarvan niet noodzakelijk gevonden en het financiële risico dat daaruit voortvloeit, bij de betrokkene neergelegd in zijn keuze zich daarvoor al dan niet aanvullend te verzekeren.