ECLI:NL:RBROT:2024:6493
Rechtbank Rotterdam
- Tussenuitspraak
- S. Veling
- A. Dingemanse
- A.M.E.A. Neuwahl
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor woonkosten bij onzelfstandige woonruimte onvoldoende gemotiveerd
Eiser huurt een studio die onzelfstandige woonruimte betreft en ontvangt geen huurtoeslag omdat de Wet op de huurtoeslag (Wht) dit niet toelaat. Hij vraagt bijzondere bijstand voor woonkosten aan, die door verweerder wordt afgewezen met het argument dat huurtoeslag een passende en toereikende voorliggende voorziening is. De rechtbank onderzoekt of deze afwijzing terecht is, mede aan de hand van de totstandkomingsgeschiedenis van de Wht en de Participatiewet (Pw).
De rechtbank overweegt dat de uitsluiting van huurders van onzelfstandige woonruimte voor huurtoeslag een bewuste keuze van de wetgever is, maar dat deze keuze niet expliciet een bewuste beslissing over de noodzakelijkheid van de vergoeding van deze kosten inhoudt zoals vereist in artikel 15, eerste lid, tweede volzin, van de Pw. De rechtbank stelt dat een inhoudelijke beoordeling van de noodzaak van woonkostentoeslag voor deze groep noodzakelijk is, mede vanwege de vangnetfunctie van de bijzondere bijstand.
De rechtbank concludeert dat verweerder de aanvraag niet op grond van een passende en toereikende voorliggende voorziening mocht afwijzen en vernietigt het bestreden besluit. Verweerder krijgt zes weken om het gebrek te herstellen door inhoudelijk op de aanvraag te beslissen. De procedure wordt heropend en verdere beslissingen worden aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder krijgt zes weken om de aanvraag inhoudelijk te heroverwegen.