ECLI:NL:CRVB:2023:975
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op bijzondere bijstand voor tandartskosten wegens verplicht karakter Participatiewet
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor kosten van een tandheelkundige behandeling die niet volledig door zijn zorgverzekering werden vergoed. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvraag af omdat de Zorgverzekeringswet als toereikende en passende voorliggende voorziening geldt en er geen zeer dringende redenen zijn om toch bijstand te verlenen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en liet het besluit in stand. In hoger beroep voerde appellant aan dat er sprake was van een medische noodzaak en dat de afwijzing onevenredig was, mede verwijzend naar een conclusie van staatsraden advocaat-generaal. De Raad oordeelde dat artikel 15 van Pro de Participatiewet een verplicht karakter heeft en dat toetsing aan het evenredigheidsbeginsel in beginsel niet mogelijk is.
Daarnaast stelde appellant dat er sprake was van een acute medische noodsituatie die bijzondere bijstand rechtvaardigt. De Raad stelde dat een acute noodsituatie levensbedreigend moet zijn of blijvend ernstig letsel kan veroorzaken, en dat appellant geen medisch bewijs heeft geleverd. Ook wees de Raad op het feit dat appellant had aangegeven van de behandeling af te zien als hij de kosten zelf moest betalen, wat niet wijst op een acute noodsituatie.
Daarom werd de afwijzing van de bijzondere bijstand bevestigd en het hoger beroep verworpen.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand voor tandartskosten wordt bevestigd wegens het ontbreken van een acute noodsituatie en het verplichtende karakter van artikel 15 van de Participatiewet.