Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het verzoekschrift van [verzoeker] , ingekomen op 8 april 2024, met bijlagen;
- het verweerschrift van Schenk met voorwaardelijk tegenverzoek, met bijlagen;
- het verweerschrift van [verzoeker] tegen het voorwaardelijk tegenverzoek, met bijlagen.
2.De beoordeling
- bij wijze van voorlopige voorziening voor de duur van het geding Schenk te veroordelen aan hem te betalen het salaris van € 3.480,70 bruto per maand, te vermeerderen met de ploegentoeslag van € 130,53, de vakantiebijslag van € 312,02 en overige emolumenten vanaf 9 februari 2024 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd en [verzoeker] in staat te stellen om de bedongen werkzaamheden te verrichten, onder verbeurte van een dwangsom;
- het ontslag op staande voet te vernietigen;
- Schenk te verplichten om hem binnen 24 uur na betekening van deze beschikking toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden, tot het moment dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd, onder verbeurte van een dwangsom;
- Schenk te veroordelen om zijn laatste genoten salaris te betalen, te vermeerderen met de ploegentoeslag, de vakantiebijslag en overige emolumenten vanaf 9 februari 2024 tot het moment dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro en de wettelijke rente.