Eiser exploiteert een levensmiddelenbedrijf en kreeg een last onder dwangsom opgelegd wegens het niet tijdig en volledig melden van producten mogelijk besmet met Salmonella Goldcoast en het niet informeren van afnemers. Ondanks herhaalde waarschuwingen en aanwijzingen van de NVWA heeft eiser niet aan de opgelegde verplichtingen voldaan, waardoor de dwangsom van €40.000 is verbeurd.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht overgaat tot invordering van de dwangsom, omdat eiser verwijtbaar tekort is geschoten. De stelling dat de minister onzorgvuldig of onevenredig heeft gehandeld wordt verworpen, evenals het betoog dat de vordering verjaard is. De rechtbank benadrukt het belang van voedselveiligheid en de noodzaak van handhaving.
Wel wordt een schadevergoeding van €2.500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaarprocedure, waarbij een periode van ruim twee jaar overschrijding is vastgesteld. Daarnaast wordt een proceskostenvergoeding van €218,75 aan eiser toegekend. Het beroep wordt daarmee ongegrond verklaard, het invorderingsbesluit blijft in stand.