Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde feitelijke leidinggeven aan het tezamen met een ander opzettelijk doen plegen van onjuiste aangiftes inkomstenbelasting 2012 en 2013;
- veroordeling van de verdachte tot een taakstraf van 180 uren, subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis.
4.Waardering van het bewijs
1 mei 2014 tot en met 28 augustus 2014 in elk geval in Nederland samen met een of meer anderen kortgezegd opzettelijk de belastingaangifte van [slachtoffer] (hierna: de belastingplichtige, tenzij hij in oorspronkelijke stukken [voornaam slachtoffer] of [achternaam slachtoffer] wordt genoemd) over de jaren 2012 en 2013 onjuist heeft gedaan of heeft laten doen, door onjuiste informatie te verstrekken over de woonplaats van de belastingplichtige en een onjuist bedrag te vermelden over zijn belastbaar inkomen uit werk, aanmerkelijk belang en/of sparen en beleggen.
de belastingplichtige/de rechtbank)sprake is geweest van het opzettelijk doen van onjuiste belastingaangiftes. (…) Voor de jaren 2012-2013 zagen wij bij [slachtoffer] onvoldoende bewijs voor opzet”.
doen plegenvan onjuiste belastingaangiften:
W.9122 - Terp) of een beroep kan doen op een strafuitsluitingsgrond (14 februari 1916, ECLI:NL:HR:1916:BG9431 – Melk en Water).
Materieel strafrecht, Deventer: Wolters Kluwer 2024, paragraaf VII.3.2).
(die het wetvoorstel met een advies voorbereidde/de rechtbank)kan (…) worden vastgesteld dat het (…) gaat om bescherming van hetzelfde belang, dat vanzelfsprekend in concreto op verschillende wijzen en jegens verschillende personen kan worden geschaad. Daarnaast wijst de Commissie erop, dat de strafmaat bij de verschillende bepalingen ongelijk is: op overtreding van artikel 68 AWR Pro is vier jaren gevangenisstraf gesteld, terwijl artikel 225 Sr Pro een strafmaximum van zes jaren kent. Dit gegeven, gevoegd bij de constatering dat een op artikel 225, tweede lid, Sr gebaseerde vervolging ook geen recht doet aan de bijzonderheden van het fiscale strafrecht, zoals de inkeerregeling en de rol van de fiscus in de vervolging, geeft de Commissie aanleiding te concluderen, dat de vervolging in fiscale zaken niet op grond van genoemd artikel uit het Wetboek van Strafrecht behoort te kunnen plaatsvinden. Met de overwegingen en de conclusie van de Commissie kunnen wij ons verenigen. In het wetsvoorstel is dan ook bepaald, dat vervolging op grond van artikel 225, tweede lid, Sr is uitgesloten, indien het feit tevens valt in de termen van de fiscale misdrijven als omschreven in het voorgestelde artikel 69, eerste en tweede lid, AWR” (Tweede Kamer, vergaderjaar 1993-1994, 23 470, nr. 3. p. 24).
doenopmaken van de belastingaangiften ten laste gelegd. Onder verwijzing naar de overwegingen over de tenlastelegging onder A. en B. spreekt de rechtbank de verdachte vrij van het (mede)plegen van het valselijk doen opmaken van de bedoelde belastingaangiften.
laat me verdwijnen/de rechtbank). [3]
daycount,het aantal dagen dat iemand in de Verenigde Staten doorbrengt, de belastingplichtige over 2013 als Amerikaans belastingplichtige zal worden beschouwd [5] , hetgeen later ook is gebeurd. En als de belastingplichtige (desondanks) geen inwoner van de Verenigde Staten was, dan behoorde te worden ingevuld dat hij inwoner was van Nederland. Wat dit laatste betreft overweegt de rechtbank als volgt.
closer-connection rule”, de regel over de vraag waar een persoon het centrum heeft van zijn sociaal-economisch leven en die zou zijn vastgelegd in belastingverdragen tussen de Verenigde Staten en Nederland. Hij concludeert dan dat:
- de belastingplichtige (als particulier) en zijn Nederlandse onderneming belastingplichtig in Nederland zijn en belastingaangifte doen;
- [persoon B] de conclusie trekt dat de belastingplichtige vanwege het feit dat hij ‘zijn dagen heeft overschreden’ ook belastingplichtig is in de VS;
- behalve zakelijke activiteiten [voornaam slachtoffer] geen andere banden heeft met de VS, dat wil zeggen dat de belastingplicht uitsluitend gebaseerd is op dagen doorgebracht in de VS;
- Hun (
Is [voornaam slachtoffer] filing as a Dutch resident for the full year in 2012). [9]
Is [voornaam slachtoffer] filing as a Dutch resident for the full year in 2012). En dat zou niet gebeuren, zoals uit het bericht van [medeverdachte ] aan de verdachte en [betrokkene 1] blijkt: IN de aangifte wordt een deel binnenlandse aangifte en een deel buitenlandse aangifte gedaan.
daycountsen wordt bevestigd door een e-mail van [medeverdachte ] aan een nieuwe Amerikaanse belastingadviseur. Dat brengt mee dat de aangifte over 2013 vals is. De belastingplichtige was ook in dat jaar immers geen inwoner van een buitenland dat niet op de landcodelijst staat (XXX) en, los van het feit dat het aangiftebiljet een dergelijke modus niet kent, was de belastingplichtige hoe dan ook geen inwoner van geen land.
debelastingplichtige (een deel van)
eleiding gegeven aan die verboden gedraging