ECLI:NL:RBROT:2024:6871
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens ernstige woonoverlast
De burgemeester van Rotterdam heeft op 10 juli 2024 besloten een woning in Rotterdam voor de duur van één maand te sluiten wegens ernstige verstoring van de openbare orde. Dit besluit volgde op een politierapportage waarin langdurige woonoverlast, het toelaten van derden in de woning, geweldsincidenten en drugsgebruik werden beschreven. Verzoeker maakte bezwaar tegen de sluiting en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om weer toegang tot zijn woning te krijgen.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 22 juli 2024 en stelde vast dat er sprake was van een spoedeisend belang, aangezien verzoeker anders een maand geen toegang tot zijn woning zou hebben. De burgemeester was bevoegd op grond van artikel 174a van de Gemeentewet om de woning te sluiten vanwege ernstige en regelmatige verstoring van de openbare orde. De rapportage en meldingen van omwonenden en het kinderdagverblijf onder de woning ondersteunden dit standpunt.
Verzoeker voerde aan dat de sluiting niet evenredig was vanwege zijn kwetsbare positie, ziekte, bewindvoering en mogelijke ontbinding van de huurovereenkomst door de verhuurder. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat deze omstandigheden geen bijzondere gronden vormden om af te wijken van de sluiting. De belangen van de veiligheid en rust in de buurt wogen zwaarder dan de belangen van verzoeker.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het bestreden besluit naar verwachting in stand kan blijven en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen.