ECLI:NL:RBROT:2024:6884
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen oplegging rijvaardigheidsonderzoek door CBR na slingerend rijgedrag
Eiseres werd door het CBR verplicht een rijvaardigheidsonderzoek te ondergaan naar aanleiding van een politieproces-verbaal waarin sprake was van slingerend rijgedrag en onvoldoende aanpassing van snelheid op de snelweg. Het CBR nam het besluit op 16 augustus 2023 en handhaafde dit na bezwaar op 20 oktober 2023.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is. Hoewel het CBR de wettelijke termijn van vier weken voor het nemen van het besluit heeft overschreden, leidt dit niet tot het vervallen van de bevoegdheid tot oplegging van het onderzoek. Het vermoeden van onvoldoende rijvaardigheid is terecht gebaseerd op het proces-verbaal, dat als betrouwbaar wordt beschouwd.
Eiseres voerde aan dat het rijgedrag niet onveilig was, dat het proces-verbaal onvoldoende concreet was en dat de gevolgen van het onderzoek onevenredig zijn. De rechtbank stelt dat het CBR terecht uitgaat van de juistheid van het proces-verbaal en dat het belang van verkeersveiligheid zwaarder weegt dan het persoonlijke belang van eiseres. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiseres moet het onderzoek ondergaan zonder vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het opleggen van een rijvaardigheidsonderzoek wordt ongegrond verklaard en het onderzoek moet worden ondergaan.