Na het overlijden van de moeder van eiser op 8 december 2023, vroeg eiser om voortzetting van haar huurovereenkomst met Stichting Hef Wonen. Deze verzoek werd afgewezen omdat eiser de vordering niet binnen de wettelijke vervaltermijn van zes maanden heeft ingesteld. De kantonrechter oordeelt dat het kort geding pas aanhangig werd op 18 juni 2024, wat te laat is.
Eiser voerde aan dat het beroep op de vervaltermijn onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, maar dit verweer werd verworpen omdat eiser en zijn gemachtigde voldoende tijd hadden om tijdig te procederen. Ook het belang van eiser bij voortzetting van de huur weegt niet zwaarder dan het wettelijke systeem.
Daarnaast is vastgesteld dat een kort geding niet geschikt is voor een constitutieve beslissing zoals voortzetting van een huurovereenkomst. De tegenvordering van Hef Wonen tot ontruiming wordt daarom toegewezen, met een ontruimingstermijn van 21 dagen na betekening van het vonnis.
Eiser wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat Hef Wonen de ontruiming kan afdwingen, ook als hoger beroep wordt ingesteld.