ECLI:NL:HR:2003:AK8321
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontruimingstermijn woning na overlijden huurder moeder
Deze zaak betreft een geschil over de voortzetting van een huurovereenkomst na het overlijden van de moeder van de huurder, die in de woning bleef wonen. De verhuurder, sinds 1990 eigenaar van de woning, had de huurovereenkomst met de moeder voortgezet en eiste ontruiming nadat de moeder was overleden. De huurder, de dochter, vorderde voortzetting van de huur onder dezelfde voorwaarden.
De kantonrechter wees de vordering van de huurder af en veroordeelde tot ontruiming binnen drie maanden. De rechtbank vernietigde dit vonnis en bepaalde dat de huur voortgezet kon worden onder de huidige voorwaarden, waarbij de verhuurder niet tijdig beroep had gedaan op de wettelijke termijn van zes maanden voor het instellen van een vordering tot voortzetting.
De Hoge Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank omdat de rechtbank onjuist had geoordeeld dat de verhuurder verplicht was de huurder binnen zes maanden te informeren over het niet voortzetten van de huurovereenkomst. De Hoge Raad bevestigde dat deze verplichting niet bestaat en bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter met aanpassing van de ontruimingstermijn naar één maand na betekening van het arrest.
Uitkomst: De Hoge Raad bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en stelt de ontruimingstermijn op één maand na betekening van het arrest.