ECLI:NL:RBROT:2024:7336
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herstelvonnis rechtbank Rotterdam inzake voorlopige hechtenis en gevangenisstraf
Op 19 juni 2024 heeft de rechtbank Rotterdam een vonnis uitgesproken in drie gevoegde strafzaken tegen een verdachte geboren in 2001, die preventief gedetineerd was. Na de uitspraak bleek dat het dictum een onmiddellijk kenbare fout bevatte betreffende de voorlopige hechtenis.
In het oorspronkelijke dictum stond dat het bevel tot voorlopige hechtenis zou worden opgeheven zodra de totale duur van de verzekering en voorlopige hechtenis gelijk zou zijn aan de opgelegde gevangenisstraf. Dit bleek onjuist en moest worden hersteld.
De rechtbank heeft daarom op 11 juli 2024 een herstelvonnis gewezen waarbij deze bepaling uit het dictum is geschrapt. De griffier is opgedragen deze beslissing aan het originele vonnis te hechten. Dit herstelvonnis is gewezen door de voorzitter A. Hello en rechters M. van Zinnen en R.B. Schiphuis, in aanwezigheid van griffier D. Blom-den Haan.
Uitkomst: Het dictum over opheffing van voorlopige hechtenis gelijk aan de gevangenisstraf is vervallen door herstelvonnis.