ECLI:NL:RBROT:2024:7336

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 juli 2024
Publicatiedatum
8 augustus 2024
Zaaknummer
09/329428-23, 10/105346-23 en 10/127183-23 (gevoegd) (herstelvonnis)
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelvonnis rechtbank Rotterdam inzake voorlopige hechtenis en gevangenisstraf

Op 19 juni 2024 heeft de rechtbank Rotterdam een vonnis uitgesproken in drie gevoegde strafzaken tegen een verdachte geboren in 2001, die preventief gedetineerd was. Na de uitspraak bleek dat het dictum een onmiddellijk kenbare fout bevatte betreffende de voorlopige hechtenis.

In het oorspronkelijke dictum stond dat het bevel tot voorlopige hechtenis zou worden opgeheven zodra de totale duur van de verzekering en voorlopige hechtenis gelijk zou zijn aan de opgelegde gevangenisstraf. Dit bleek onjuist en moest worden hersteld.

De rechtbank heeft daarom op 11 juli 2024 een herstelvonnis gewezen waarbij deze bepaling uit het dictum is geschrapt. De griffier is opgedragen deze beslissing aan het originele vonnis te hechten. Dit herstelvonnis is gewezen door de voorzitter A. Hello en rechters M. van Zinnen en R.B. Schiphuis, in aanwezigheid van griffier D. Blom-den Haan.

Uitkomst: Het dictum over opheffing van voorlopige hechtenis gelijk aan de gevangenisstraf is vervallen door herstelvonnis.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Team straf 3
Parketnummers: 09/329428-23, 10/105346-23 en 10/127183-23 (gevoegd)
Op 19 juni 2024 heeft de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, een vonnis uitgesproken in de gevoegde zaken tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] , [postcode] te [woonplaats] ,
ten tijde van de terechtzitting preventief gedetineerd in de P.l. [naam PI] ,
raadsman mr. G.A J. Purperhart, advocaat te Rotterdam.
Na de uitspraak is gebleken dat het dictum van het vonnis een onmiddellijk kenbare fout bevat, die zich leent voor eenvoudig herstel.
In het dictum van het vonnis is opgenomen met betrekking tot de voorlopige hechtenis:
“heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de tot dan toe ondergane verzekering en voorlopige hechtenis gelijk zal zijn aan die van de opgelegde gevangenisstraf”.
Dit deel van het dictum moet komen te vervallen. Het dictum van het vonnis zal daarom bij deze beslissing worden hersteld.

Beslissing

De rechtbank:
- herstelt de kennelijke fout in het dictum als volgt;
- de navolgende alinea vervalt:
“heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de tot dan toe ondergane verzekering en voorlopige hechtenis gelijk zal zijn aan die van de opgelegde gevangenisstraf”.
- beveelt de griffier deze beslissing aan te tekenen op en te hechten aan het origineel van het vonnis dat is hersteld.
Dit herstelvonnis is op 11 juli 2024 gewezen door:
mr. A. Hello, voorzitter,
en mrs. M. van Zinnen en R.B. Schiphuis, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Blom-den Haan, griffier.
Bij ontstentenis van mr. T. van Driel, de griffier in wier tegenwoordigheid het vonnis is gewezen, is dit herstelvonnis in tegenwoordigheid van mr. D. Blom-den Haan opgemaakt.
De jongste rechter is buiten staat dit herstelvonnis mede te ondertekenen.