ECLI:NL:RBROT:2024:7457
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Loonsanctie opgelegd wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen in tweede spoor
Eiseres werd door het UWV een loonsanctie opgelegd omdat zij onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht in het tweede spoor voor een werknemer die sinds juni 2020 arbeidsongeschikt was. Na een onderzoek concludeerden een arbeidsdeskundige en verzekeringsarts dat het spoor 1-traject adequaat was, maar het spoor 2-traject niet. Eiseres verzocht om bekorting van de loonsanctie, wat door het UWV werd afgewezen.
Eiseres maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de besluiten. Zij voerde aan dat het spoor 2-traject adequaat was doorlopen, dat er een deugdelijke grond was voor eventuele tekortkomingen vanwege medische beperkingen van de werknemer, en dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld door onvoldoende rekening te houden met medische gegevens en adviezen. Ook klaagde zij over de proceshouding van het UWV en verwees naar jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep.
De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht de loonsanctie had opgelegd en het verzoek tot bekorting had afgewezen. De rapporten van de arbeidsdeskundige en verzekeringsarts waren voldoende gemotiveerd en toonden aan dat eiseres onvoldoende regie had gevoerd bij het spoor 2-traject. Ook was er geen sprake van tegenstrijdige medische beoordelingen. De proceshouding van het UWV leidde niet tot onrechtmatigheid van het besluit. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de loonsanctie is ongegrond verklaard en het verzoek tot bekorting afgewezen.