ECLI:NL:RBROT:2024:7504
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen woningsluiting wegens drugsbezit en handel
De burgemeester van Alblasserdam heeft een woning gesloten voor drie maanden nadat de politie op 5 maart 2024 een grote hoeveelheid soft- en harddrugs, drugshandelsmiddelen en wapens aantrof in de woning van verzoeker. Verzoeker betwist de noodzaak van de sluiting en vraagt om een voorlopige voorziening om in de woning te mogen blijven.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet, gezien de omvang van de drugsvoorraad die wijst op handel. De burgemeester heeft de sluiting noodzakelijk geacht ter bescherming van het woon- en leefklimaat en ter handhaving van de openbare orde. Verzoeker voerde aan dat het een eerste overtreding betrof, dat de drugs alleen in de kamer van zijn zoon lagen en dat hij zelf niets met de drugs te maken had.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester terecht niet met een minder ingrijpend middel volstond, mede door de aanwezigheid van drugshandelsmiddelen en wapens. Verzoekers medische en financiële omstandigheden en het ontbreken van alternatieve huisvesting zijn onvoldoende onderbouwd om de sluiting onevenwichtig te achten. Ook acht de rechter aannemelijk dat verzoeker tekort is geschoten in toezicht op de woning.
De voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen, waardoor de woning voor drie maanden gesloten blijft. De uitspraak heeft een voorlopig karakter en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de woningsluiting wordt afgewezen en de woning blijft drie maanden gesloten.