Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde, waarbij de bewezen verklaarde periode aanvangt op 1 september 2023;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zesendertig maanden met aftrek van voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, praktische ambulante begeleiding van Humanitas Homerun, een inspanningsverplichting gericht op dagbesteding, een contactverbod en een locatieverbod;
- tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf in de zaak met parketnummer 10-173810-20.
4.Waardering van het bewijs
- i) de verdachte plekken heeft geregeld waar zij als prostituee kon werken;
- ii) zij eerst geld voor de kamer per dag moest afdragen, op het laatst zeker wel de helft, meer dan de helft moest afdragen aan hem;
- iii) zij haar locatie altijd moest aanzetten;
- iv) hij heeft gedreigd naar de school van haar dochter te gaan en dat ook waarmaakte;
- v) ze geen contact mocht hebben met jongens.
3 september 2023tot en met 28 november 2023 te Rotterdam en Zwijndrecht en Krimpen aan den IJssel,
1 april 2023tot en met 28 november 2023 in Nederland,
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
8.In beslag genomen voorwerpen
9.Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel
10.Vordering tenuitvoerlegging
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Bijlagen
13.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;
6 (zes) maandenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
2 (twee) jaren;
€ 6.873,55 (zegge: zesduizendachthonderddrieënzeventig euro en vijfenvijftig cent), bestaande uit € 873,55 aan materiële schade en € 6.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 28 november 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [slachtoffer] te betalen
€ 6.873,55(hoofdsom,
zegge: zesduizendachthonderddrieënzeventig euro en vijfenvijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 november 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 6.873,55 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
69 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
tenuitvoerleggingvan de bij vonnis van 21 september 2020 van de politierechter in deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke straf, te weten een
gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken, met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht.