De zaak betreft een verzoek van Stichting Islamitisch Primair Onderwijs Rijnmond (Sipor) tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer wegens ernstig verwijtbaar handelen door onvoldoende medewerking aan re-integratie sinds januari 2023.
Sipor stelt dat de werknemer afspraken met verzuimadviseur, tweede spoorbegeleider en bedrijfsarts niet is nagekomen, wat leidde tot loonstopzetting. De werknemer betwist dit en beroept zich op ziekte en opzegverbod. Sipor heeft een deskundigenoordeel van het UWV aangevraagd, maar het eerste oordeel was niet toereikend omdat het slechts de periode tot 13 januari 2023 besloeg.
De kantonrechter oordeelt dat het ontbreken van een actueel deskundigenoordeel betekent dat niet aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 7:671b lid 5 BW is voldaan. De lange wachttijd bij het UWV rechtvaardigt geen uitzondering. Daarom wordt de procedure aangehouden om Sipor in de gelegenheid te stellen het deskundigenoordeel alsnog te overleggen.
De procedure wordt aangehouden tot 1 augustus 2024, waarna zonder nadere zitting zal worden beslist, tenzij het deskundigenoordeel nog niet is ontvangen. De kantonrechter houdt iedere beslissing aan in afwachting van het deskundigenoordeel.