Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2024:8855

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 augustus 2024
Publicatiedatum
12 september 2024
Zaaknummer
11106645
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:673 lid 1 sub a onder 1º BWArt. 7:672 lid 11 BWArt. 7:686a lid 1 BWArt. 6:96 BWArt. 289 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing transitievergoeding en vergoeding onregelmatige opzegging na mondelinge beëindiging arbeidsovereenkomst

Werknemer trad in 2020 in dienst bij DFB Holding B.V. als timmerman. De arbeidsovereenkomst werd mondeling opgezegd vanwege bedrijfseconomische omstandigheden, waarna vanaf 29 maart 2024 geen loon meer werd betaald. Werknemer berustte in de beëindiging, maar vorderde een correcte afwikkeling van het dienstverband, waaronder betaling van transitievergoeding, vergoeding wegens onregelmatige opzegging, vakantiebijslag en niet-genoten vakantiedagen, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.

DFB Holding B.V. is niet in de procedure verschenen en heeft geen verweer gevoerd. De kantonrechter gaat daarom uit van de juistheid van de stellingen van werknemer. De transitievergoeding is berekend op basis van het geregistreerde sv-loon inclusief vakantiebijslag en wordt toegewezen met wettelijke rente vanaf 30 april 2024.

De vergoeding wegens onregelmatige opzegging wordt toegekend omdat geen opzegtermijn in acht is genomen, met wettelijke rente vanaf 29 maart 2024. Ook de eindafrekening van vakantiebijslag en 26 niet-genoten vakantiedagen wordt toegewezen, evenals de buitengerechtelijke kosten en proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van transitievergoeding, vergoeding onregelmatige opzegging, vakantiebijslag, niet-genoten vakantiedagen, buitengerechtelijke kosten en proceskosten met wettelijke rente.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Dordrecht
zaaknummer: 11106645 HA VERZ 24-40
datum uitspraak: 21 augustus 2024
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoeker],
woonplaats: [woonplaats] ,
verzoeker,
gemachtigde: de heer [persoon A] (FNV),
tegen
DFB Holding B.V.,
vestigingsplaats: Hendrik-Ido-Ambacht,
verweerster,
die niet in de procedure is verschenen.
De partijen worden hierna ‘ [verzoeker] ’ en ‘DFB’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het verzoekschrift (ontvangen op 16 mei 2024), met bijlagen;
  • het oproepingsexploot van 2 juli 2024.
1.2.
Op 7 augustus 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was de gemachtigde van [verzoeker] aanwezig.

2.De beoordeling

DFB is niet in de procedure verschenen
2.1.
Het verzoekschrift is op 2 juli 2024 door de deurwaarder aan het kantooradres van DFB betekend, waarbij DFB ook is opgeroepen voor de zitting van 7 augustus 2024. Namens DFB is niemand verschenen op de zitting. Zij heeft ook geen verweerschrift ingediend. DFB voert dus geen verweer in deze procedure. Daarom gaat de kantonrechter ervan uit dat de stellingen van [verzoeker] juist zijn.
Waar gaat de zaak over?
2.2.
[verzoeker] is op [datum] 2020 in dienst getreden van DFB als timmerman. DFB heeft de arbeidsovereenkomst mondeling opgezegd vanwege bedrijfseconomische omstandigheden en vanaf 29 maart 2024 geen loon meer betaald aan [verzoeker] . Hij berust in de beëindiging van zijn dienstverband per 29 maart 2024, maar [verzoeker] wil dat zijn dienstverband correct wordt afgewikkeld. Daarom verzoekt hij om DFB te veroordelen aan hem te betalen:
I. € 4.296,84 bruto als transitievergoeding;
II. € 3.453,66 bruto als vergoeding voor de onregelmatige opzegging;
III. ten minste € 2.588,72 bruto aan correcte eindafrekening van niet-genoten vakantiedagen en vakantiebijslag;
IV. € 554,60 aan buitengerechtelijke kosten;
V. de wettelijke rente over deze bedragen;
VI. de proceskosten met rente.
De verzoeken van [verzoeker] worden toegewezen
2.3.
De kantonrechter wijst de verzoeken van [verzoeker] toe. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Transitievergoeding
2.4.
De arbeidsovereenkomst van [verzoeker] is door DFB opgezegd en in dat geval is de werkgever een transitievergoeding verschuldigd (artikel 7:673 lid 1 sub a onder Pro 1ᵒ BW). Volgens [verzoeker] bedraagt de transitievergoeding per 29 maart 2024 € 4.296,84 bruto. Dat bedrag heeft hij berekend aan de hand van het sv-loon van € 3.543,66 inclusief 8% vakantiebijslag dat bij het UWV is geregistreerd, omdat hij geen (recente) loonstroken heeft ontvangen van DFB. De verzochte transitievergoeding wijst de kantonrechter toe. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 30 april 2024 (artikel 7:686a lid 1 BW).
Vergoeding vanwege onregelmatige opzegging
2.5.
DFB heeft geen opzegtermijn in acht genomen en daarom moet zij een vergoeding betalen ter hoogte van het loon totdat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd (artikel 7:672 lid 11 BW Pro). Dat is volgens [verzoeker] 1 mei 2024. [verzoeker] verzoekt daarom een vergoeding van € 3.453,66 bruto (één maandsalaris). Dat bedrag wijst de kantonrechter toe en zoals verzocht moet DFB een deugdelijke bruto-netto specificatie verstrekken aan [verzoeker] . De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 29 maart 2024 (7:686a lid 1 BW).
Eindafrekening
2.6.
DFB moet ook de opgebouwde vakantiebijslag en de niet-genoten vakantiedagen uitbetalen. Volgens [verzoeker] gaat het minimaal om € 2.588,72 bruto aan vakantiebijslag en - zoals tijdens de zitting door zijn gemachtigde verklaard - 26 niet-genoten vakantiedagen. DFB moet van die bedragen een eindafrekening maken en het netto-equivalent aan [verzoeker] betalen. Het verzoek van [verzoeker] wordt dan ook toegewezen zoals hierna onder de beslissing vermeld. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 30 april 2024.
Buitengerechtelijke kosten
2.7.
De buitengerechtelijke kosten van € 554,60 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro). De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 16 mei 2024.
Proceskosten
2.8.
DFB moet de proceskosten betalen, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 289 Rv Pro). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van [verzoeker] op € 248,- aan griffierecht, € 111,42 aan explootkosten, € 543,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.037,42. Hier kan nog een bedrag bij komen als deze beschikking wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad
2.9.
Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 288 Rv Pro). Dat betekent dat de beschikking meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt DFB om aan [verzoeker] te betalen € 4.296,84 bruto aan transitievergoeding met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 30 april 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt DFB om aan [verzoeker] te betalen € 3.453,66 bruto aan vergoeding vanwege onregelmatige opzegging, onder verstrekking van een deugdelijke bruto/netto-specificatie aan [verzoeker] , met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 29 maart 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
3.3.
veroordeelt DFB om aan [verzoeker] te betalen het netto-equivalent van de eindafrekening van niet-genoten vakantiedagen en vakantiebijslag, die ten aanzien van de vakantiebijslag ten minste € 2.558,72 bruto bedraagt, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 30 april 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
3.4.
veroordeelt DFB om aan [verzoeker] te betalen € 554,60 aan buitengerechtelijke kosten met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 16 mei 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
3.5.
veroordeelt DFB in de proceskosten, die aan de kant van [verzoeker] worden begroot op € 1.037,42 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de vijftiende dag nadat deze beschikking is betekend tot de dag dat volledig is betaald;
3.6.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
3.7.
wijst al het andere af.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.R. Roukema en in het openbaar uitgesproken.
49039