ECLI:NL:RBROT:2024:9438
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op verzoek inzage persoonsgegevens en metadata op grond van AVG artikel 15
Eiser heeft op basis van artikel 15 van Pro de AVG een verzoek ingediend bij het College voor de Rechten van de Mens om inzage te krijgen in al zijn persoonsgegevens en metadata. Verweerder heeft dit verzoek ingewilligd door een bijgewerkt overzicht te verstrekken, maar weigerde de namen van medewerkers die betrokken waren bij het besluit en de communicatie te verstrekken. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door verweerder als kennelijk ongegrond werd afgewezen.
De rechtbank heeft het beroep van eiser behandeld en geoordeeld dat het verstrekte overzicht volledig is en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er persoonsgegevens ontbreken. De rechtbank overweegt dat de namen van medewerkers geen persoonsgegevens van eiser zijn en dat het verstrekken daarvan niet vereist is, mede ter bescherming van de privacy van medewerkers. Ook was het niet nodig om eiser te horen in bezwaar omdat het bezwaar geen ander resultaat kon opleveren dan het primaire besluit.
Ten slotte is er geen grond voor het opleggen van een dwangsom omdat verweerder tijdig heeft beslist. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek tot vergoeding van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verstrekte overzicht wordt als volledig beschouwd zonder verplichting tot verstrekking van namen van medewerkers.