ECLI:NL:RVS:2021:1331
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- C.J. Borman
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit inzake inzage persoonsgegevens Belastingdienst op grond van AVG
Appellant verzocht de minister van Financiën op grond van artikel 15 van Pro de AVG om inzage in alle persoonsgegevens die de Belastingdienst over haar verwerkt, inclusief informatie over de verwerking en beveiliging daarvan. De minister verstrekte aanvankelijk algemene informatie en beperkte inzage, maar wees een uitgebreider verzoek af wegens vermeende buitensporigheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de minister al het redelijkerwijs mogelijke had gedaan om de persoonsgegevens te achterhalen en te verstrekken. Appellant ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat slechts een klein deel van de gevraagde gegevens was verstrekt en dat de minister onvoldoende inzicht had gegeven in de wijze van zoeken.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat de minister niet aannemelijk had gemaakt dat hij al het redelijkerwijs mogelijke had gedaan om alle persoonsgegevens te achterhalen. Ook was onvoldoende onderbouwd dat het verzoek buitensporig was. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen een gestelde termijn, met de mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling.
Daarnaast werd het door appellant betaalde griffierecht voor het hoger beroep aan haar vergoed. Andere aangevoerde gronden, zoals de toeslagenaffaire en het postbedrijf Sandd, werden buiten beschouwing gelaten omdat deze niet tot de procedure behoren.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de minister vernietigd, met opdracht tot een nieuw besluit binnen zestien weken.