ECLI:NL:RBROT:2024:9575
Rechtbank Rotterdam
- Tussenuitspraak
- M.G.L. de Vette
- M. Zoethout
- J.J.R. Lautenbach
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over last onder dwangsom wegens overtreding vergunningplicht kamerbewoning in Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft in deze tussenuitspraak het beroep van eiser tegen een last onder dwangsom beoordeeld die het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft opgelegd wegens overtreding van de vergunningplicht voor kamerbewoning. De overtreding betrof het bewonen van een woning door vijf personen die geen gezamenlijk huishouden vormden, zonder de vereiste vergunning. De rechtbank concludeert dat er sprake is van een overtreding en dat de vergunningplicht niet in strijd is met de Huisvestingswet 2014.
Eiser voerde onder meer aan dat de vergunningplicht onvoldoende was gemotiveerd, strijdig was met het lex certa-beginsel en het eigendomsrecht, en dat de Dienstenrichtlijn van toepassing was op de verhuur van woonruimte. De rechtbank oordeelt dat de vergunningplicht gegrond is en dat de schaarste aan woonruimte in Rotterdam voldoende is onderbouwd met het Rigo-rapport en eerdere jurisprudentie. De beperking van vergunningverlening tot studenten is echter onvoldoende gemotiveerd en het college heeft zich hierover niet uitgelaten, waardoor het besluit in strijd is met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel van de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank stelt het college in de gelegenheid om binnen acht weken de gebreken te herstellen door een aanvullende motivering of nieuwe beslissing op bezwaar. Tot die tijd worden verdere beslissingen aangehouden. De uitspraak is gedaan door drie rechters en is openbaar uitgesproken op 18 juli 2024.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en stelt het college in de gelegenheid om binnen acht weken de gebreken in de motivering te herstellen.