Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2024:9724

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 augustus 2024
Publicatiedatum
7 oktober 2024
Zaaknummer
96-122254-23
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 SrArt. 6:3:3 SvArt. 6:3:4 SvArt. 6:6:23 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift gegrond wegens niet-ondertekende omzettingsbeslissing taakstraf

De politierechter heeft op 24 augustus 2023 een taakstraf van 38 uur opgelegd met vervangende hechtenis van 19 dagen bij niet-nakoming. Het Openbaar Ministerie besloot op 26 april 2024 tot toepassing van vervangende hechtenis, waarvan de kennisgeving op 14 juni 2024 aan de veroordeelde werd betekend. De veroordeelde diende op 19 juni 2024 bezwaar in tegen deze omzetting, stellende dat hij wegens miscommunicatie en persoonlijke omstandigheden niet aan afspraken kon voldoen en bereid is de resterende taakstraf alsnog te verrichten.

De reclassering rapporteerde dat de veroordeelde slechts 15 uur van de taakstraf had uitgevoerd en meerdere keren zonder berichtgeving niet was verschenen, waardoor de taakstraf als onuitvoerbaar werd beschouwd. De officier van justitie stelde zich op het standpunt dat het bezwaar gegrond verklaard moest worden.

De rechtbank constateerde dat de beslissing van het Openbaar Ministerie tot omzetting van taakstraf in vervangende hechtenis niet was ondertekend en gedagtekend door een bevoegde officier van justitie, waardoor de rechtskracht ontbrak. Dit is in lijn met eerdere jurisprudentie. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond, het bevel tot tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis vervallen en bepaalde dat de veroordeelde de resterende zes uren taakstraf binnen drie maanden dient te voltooien.

Uitkomst: Het bezwaar tegen de omzetting van taakstraf in vervangende hechtenis wordt gegrond verklaard en de veroordeelde moet de resterende taakstraf alsnog verrichten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team straf 2
Parketnummer : 96-122254-23
Raadkamernummer : 24-016537
Datum : 23 augustus 2024
beslissing van de politierechter op het bezwaar op grond van artikel 6:3:3 en Pro artikel 6:6:23 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
wonende op het adres: [adres] ,
advocaat mr. H. Folkers, kantoorhoudende te Gorinchem,
hierna te noemen: de veroordeelde.

Feiten

De politierechter heeft bij vonnis van 24 augustus 2023 de veroordeelde een taakstraf van 38 uren met aftrek van voorarrest overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht opgelegd en bevolen dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet (naar behoren) verricht, vervangende hechtenis van 19 dagen zal worden toegepast. Het vonnis is onherroepelijk. Het Openbaar Ministerie heeft op 26 april 2024 beslist dat vervangende hechtenis wordt toegepast en hiervan aan de veroordeelde kennis gegeven. De kennisgeving van deze beslissing is op 14 juni 2024 aan de veroordeelde betekend.

Procedure

Het bezwaar is op 19 juni 2024 op de griffie van deze rechtbank ingediend. De rechtbank heeft op 23 augustus 2024 het bezwaar op de openbare terechtzitting behandeld. De rechtbank heeft de veroordeelde, advocaat mr. H. Folkers en de officier van justitie mr. C.T. den Uil op zitting gehoord.

Bezwaar

Het bezwaar richt zich tegen de kennisgeving door het Openbaar Ministerie. Het strekt ertoe dat de veroordeelde in de gelegenheid wordt gesteld (het restant van) de taakstraf alsnog te verrichten. Daartoe is aangevoerd dat de veroordeelde wegens miscommunicatie twee afspraken niet heeft kunnen nakomen. Hij draagt deels de zorg over zijn dochter en is hard aan het werk na de ook voor hem financieel lastige corona-periode. De veroordeelde is bereid om de resterende uren taakstraf alsnog te verrichten en verzoekt om een kans.

Standpunt van de reclassering

Uit het rapport van Reclassering Nederland d.d. 3 april 2024, opgemaakt door [naam] blijkt dat de veroordeelde de opgelegde taakstraf niet volledig heeft verricht. Voordat de taakstraf definitief als mislukt werd beschouwd, heeft de veroordeelde 15 uren van de opgelegde taakstraf uitgevoerd. De veroordeelde is een aantal keer niet verschenen zonder berichtgeving. Gezien het verloop van de taakstraf is de reclassering genoodzaakt de opdracht als onuitvoerbaar retour te sturen aan justitie.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het bezwaar gegrond verklaard dient te worden.

Beoordeling

Het bezwaar is tijdig ingediend. De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak onder bovenvermeld parketnummer, waaronder:
- het hiervoor genoemde vonnis;
- het rapport van Reclassering Nederland, van 3 april 2024, met het advies de tenuitvoerlegging van (het restant van) de vervangende hechtenis te bevelen;
- de kennisgeving van de beslissing tot toepassing van de vervangende hechtenis;
- het bezwaar van de veroordeelde.
Het bezwaarschrift is gericht tegen de beslissing van de officier van justitie die strekt tot de omzetting van de resterende uren taakstraf in vervangende hechtenis. Deze beslissing is niet ondertekend en gedagtekend door een (met name te noemen) officier van justitie. Ook de kennisgeving van de omzetting taakstraf is niet door een officier van justitie ondertekend.
Het ontbreken van deze essentiële elementen lijkt het gevolg te zijn van een nieuwe werkwijze van het Openbaar Ministerie, waarover inmiddels meerdere uitspraken zijn gedaan (zie o.a. ECLI:NL:RBLIM:2024:4806, ECLI:NL:RBOVE:2024:4220 en ECLI:NL:RBOVE:2024:4372). De politierechter sluit zich aan bij de overwegingen in deze uitspraken. Doordat een handtekening van een (met name te noemen) officier van justitie ontbreekt op de genomen beslissing, kan niet worden vastgesteld of de beslissing is genomen door een daartoe bevoegde officier van justitie (of advocaat-generaal). Bovendien ontbreekt een dagtekening, waardoor ook niet kan worden gecontroleerd of de in artikel 6:3:4 Sv Pro genoemde beslissingstermijn in acht is genomen. Dat terwijl dat de in artikel 6:3:3 Sv Pro aan het Openbaar Ministerie toegekende bevoegdheid niet alleen een bevoegdheid is die vrijheidsbeneming met zich brengt, maar ook een bevoegdheid waarbij een discretionaire ruimte wordt gelaten.
Gelet op het voorgaande is de politierechter van oordeel dat de beslissing van het Openbaar Ministerie om de vervangende hechtenis ten uitvoer te leggen geen rechtskracht heeft. Het bezwaarschrift moet daarom op ambtshalve gronden gegrond worden verklaard. De politierechter zal bevelen dat de vervangende hechtenis niet zal worden tenuitvoergelegd en dat veroordeelde de nog resterende uren taakstraf alsnog moet verrichten.

Beslissing

De rechtbank
- verklaart het bezwaar
gegrond;
- verklaart het bevel tot tenuitvoerlegging van 12 (twaalf) dagen vervangende hechtenis vervallen;
- bepaalt het aantal uren taakstraf dat nog moet worden verricht op
23 (drieëntwintig);
- bepaalt dat de taakstraf binnen
6 (zes)maanden na heden moet worden voltooid.
Deze beslissing is gegeven door
mr. M.J.M. van Beckhoven, politierechter,
in tegenwoordigheid van mr. L.C. Suiker, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 23 augustus 2024.