De veroordeelde was bij onherroepelijk vonnis veroordeeld tot een taakstraf van 70 uur, waarvan 30 uur voorwaardelijk, met de bepaling dat bij niet-naleving vervangende hechtenis zou volgen. De veroordeelde had slechts 16 uur van de taakstraf uitgevoerd, waardoor 24 uur restte, omgezet in 12 dagen hechtenis. De officier van justitie had de tenuitvoerlegging van deze hechtenis bevolen, maar de beslissing ontbrak een handtekening en dagtekening van een bevoegde officier van justitie.
De politierechter oordeelde dat deze formele tekortkomingen de rechtskracht van de beslissing aantasten, mede gelet op wettelijke bepalingen die mandatering van dergelijke bevoegdheden uitsluiten. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de beslissing tijdig en door een bevoegde functionaris was genomen. De rechter volgde eerdere jurisprudentie en verklaarde het bezwaar gegrond op ambtshalve gronden.
De vervangende hechtenis zal niet worden uitgevoerd en de veroordeelde moet de resterende 24 uur taakstraf alsnog verrichten vóór 1 januari 2025. De inhoudelijke bezwaren van de veroordeelde bleven onbesproken vanwege de formele gebreken in het besluit.