ECLI:NL:RBROT:2025:10549
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor reparatie muur en vervanging gordijnen wegens niet-noodzakelijke kosten
Eiser, een bijstandsgerechtigde die onder bewind staat vanwege een handicap, vroeg bijzondere bijstand aan voor de reparatie van een beschadigde muur en de vervanging van gordijnen. De schade was ontstaan doordat een medewerker van Aafje Thuiszorg tegen de muur was gevallen. Het college wees de aanvragen af omdat de kosten volgens artikel 14 van Pro de Participatiewet niet tot de noodzakelijke kosten van bestaan worden gerekend.
De rechtbank bevestigde dat de kosten betrekking hebben op geleden schade en dat de Participatiewet deze kosten expliciet uitsluit van bijzondere bijstand. Eiser stelde dat er sprake was van bijzondere omstandigheden, zoals opzettelijk toegebrachte schade, en verwees naar een eerder besluit waarin bijstand voor een boete werd verleend. De rechtbank oordeelde dat deze situaties niet vergelijkbaar zijn en dat eiser geen acute noodsituatie had aangetoond die bijzondere bijstand zou rechtvaardigen.
Daarmee bleef het bestreden besluit van het college in stand en werd het beroep ongegrond verklaard. Eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten en werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het college mag de bijzondere bijstand voor reparatie van de muur en vervanging van gordijnen weigeren.