Uitspraak
[naam eiseres],
[naam gedaagde] ,
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek tot verschoning van rechter-plaatsvervanger mr. D.E. Stols in een civiele zaak over opheffing van conservatoir beslag op 48 voertuigen. Eiseres vreesde dat de onpartijdigheid van de rechter in het geding was vanwege zijn rol als advocaat van BMW in een vergelijkbare merkinbreukzaak bij de rechtbank Den Haag.
De rechtbank overwoog dat een rechter geacht wordt onpartijdig te zijn, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid opleveren. De enkele omstandigheid dat de rechter als advocaat betrokken is bij een vergelijkbare zaak, vormt geen grond voor verschoning. De rechtbank stelde vast dat de rechtsvraag over merkinbreuk in de hoofdzaak bij een Duitse rechter ligt en dat de meervoudige kamer het oordeel van die rechter afwacht.
Daarom concludeerde de rechtbank dat er geen aanwijzingen zijn dat de rechter zijn oordeel in de hoofdzaak zou laten beïnvloeden door zijn rol als advocaat. Het verzoek tot verschoning werd afgewezen. De beslissing werd genomen door de meervoudige kamer bestaande uit voorzitter J. van den Bos en rechters G.A. Bouter-Rijksen en M.G.L. de Vette.
Uitkomst: Verzoek tot verschoning van de rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.