ECLI:NL:RBROT:2025:11214
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongeldigverklaring rijbewijs wegens alcoholmisbruik bevestigd ondanks procedurele overschrijding
De zaak betreft het besluit van het CBR om het rijbewijs van eiser ongeldig te verklaren wegens alcoholmisbruik, vastgesteld in een psychiatrisch onderzoek. Eiser betwist dit en voert aan dat hij zowel lichamelijk als geestelijk gezond is en niet met alcohol op rijdt. De rechtbank oordeelt dat het CBR terecht mocht afgaan op het psychiatrisch rapport, dat zorgvuldig tot stand is gekomen en waarin de diagnose alcoholmisbruik is onderbouwd met laboratoriumwaarden en anamnestische gegevens.
Het CBR baseerde het besluit mede op een combinatie van factoren zoals tolerantie, onderrapportage en afwijkende bloedwaarden (CDT en gamma-GT). De rechtbank ziet geen reden om aan de zorgvuldigheid of de conclusie van het onderzoek te twijfelen. Eiser is niet verschenen bij de zitting, maar dat doet niet af aan de rechtmatigheid van het besluit.
Wel stelt de rechtbank vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van het bezwaar en beroep is overschreden met bijna een maand. Op grond van het EVRM en vaste jurisprudentie is de totale bezwaar- en beroepsfase niet langer dan twee jaar toegestaan. De Staat wordt daarom veroordeeld tot een schadevergoeding van €500 aan eiser wegens deze overschrijding.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor het rijbewijs van eiser ongeldig blijft. De rechtbank wijst erop dat eiser een nieuwe gezondheidsverklaring kan indienen bij het CBR om het rijbewijs opnieuw te laten beoordelen. Er is geen aanleiding om het griffierecht te vergoeden en er zijn geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het rijbewijs van eiser blijft ongeldig, met een schadevergoeding van €500 voor overschrijding van de redelijke termijn.