ECLI:NL:RVS:2022:3489
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs wegens drugsmisbruik na psychiatrisch onderzoek
Appellant werd op 29 maart 2019 staande gehouden en positief getest op cannabis en amfetamine. Het CBR schortte zijn rijbewijs op en verklaarde het ongeldig vanwege niet tijdige betaling van onderzoekskosten. Na betaling werd appellant op 7 september 2020 psychiatrisch onderzocht. De psychiater stelde op 12 januari 2021 vast dat sprake was van drugsmisbruik en dat appellant niet gestopt was met het gebruik.
Het CBR handhaafde het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de diagnose drugsmisbruik onterecht was en dat het bloedonderzoek geen drugsgebruik aantoonde. Ook betoogde hij dat de recidiefvrije periode was verstreken.
De Afdeling oordeelde dat het CBR terecht op het psychiatrisch rapport mocht afgaan, omdat appellant geen concrete aanwijzingen gaf die de zorgvuldigheid of redenering van het rapport in twijfel trokken. De verhoogde tolerantie en onderrapportage waren voldoende onderbouwd. De recidiefvrije periode was volgens het rapport nog niet verstreken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het rijbewijs blijft ongeldig wegens drugsmisbruik.