Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2025:11258

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 juli 2025
Publicatiedatum
23 september 2025
Zaaknummer
11775569 VZ VERZ 25-4800
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:669 lid 1 BWArt. 7:669 lid 3 onder g BWArt. 7:671b lid 1 onder a BWArt. 7:671b lid 2 BWArt. 7:671b lid 6 onder b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding met beëindigingsvergoeding

In deze zaak verzoekt de werkgever de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer wegens een verstoorde arbeidsverhouding. Beide partijen erkennen dat de arbeidsverhouding zodanig is verstoord dat samenwerking niet langer mogelijk is. De werkgever stelt dat de verstoring niet aan de werknemer te wijten is en dat herplaatsing binnen de organisatie niet mogelijk is.

De kantonrechter stelt vast dat er een redelijke grond is voor ontbinding op grond van artikel 7:669 lid 1 en Pro 3 onder g BW, en dat het opzegverbod niet aan de ontbinding in de weg staat gezien de omstandigheden die het belang van de werknemer dienen. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 oktober 2025.

Verder veroordeelt de kantonrechter de werkgever tot betaling van een beëindigingsvergoeding van €6.000,- bruto, waarin de transitievergoeding is inbegrepen. De proceskosten worden door beide partijen ieder voor eigen rekening gedragen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken door de kantonrechter.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 oktober 2025 en de werkgever moet een beëindigingsvergoeding van €6.000,- bruto betalen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11775569 VZ VERZ 25-4800
datum uitspraak: 17 juli 2025
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoekster] B.V.,
vestigingsplaats: [plaats 1] ,
verzoekster,
gemachtigde: mr. H.M. Paijmans,
tegen
[verweerster],
woonplaats: [plaats 2] ,
verweerster,
gemachtigde: mr. S. Dolstra.
De partijen worden hierna ‘ [verzoekster] ’ en ‘ [verweerster] ’ genoemd

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het verzoekschrift van [verzoekster] , met bijlagen;
  • het verweerschrift van [verweerster] .
1.2.
Het betreft een verzoek ex artikel 96 Rv Pro. Op verzoek van partijen is de zaak niet op zitting besproken.

2.De beoordeling

2.1.
[verzoekster] verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden per
1 oktober 2025 omdat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding. Volgens [verzoekster] is dit niet aan [verweerster] te wijten.
2.2.
[verweerster] ontkent niet dat de arbeidsverhouding is verstoord. Zij onderkent dat bij [verzoekster] geen mogelijkheden zijn tot herplaatsing. [verweerster] refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter over de ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
2.3.
De kantonrechter stelt vast dat de partijen het er over eens zijn dat de arbeidsverhouding is verstoord en dat het daardoor niet meer mogelijk is om samen te werken. Dit is een redelijke grond en herplaatsing ligt niet voor de hand (artikel 7:669 lid 1 en Pro 3 onder g BW). Er is sprake van een opzegverbod, maar partijen zijn het er over eens dat er omstandigheden zijn waardoor de arbeidsovereenkomst in het belang van de werknemer moet eindigen en de kantonrechter heeft geen aanleiding om daar anders over te denken. Daarom wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden (artikel 7:671b lid 1 onder a, lid 2 en lid 6 onder b BW). De einddatum wordt vastgesteld op 1 oktober 2025 (artikel 7:671b lid 9 onder a BW).
2.4.
[verzoekster] wordt veroordeeld tot betaling aan [verweerster] van een beëindigingsvergoeding van € 6.000,- bruto, waarin de transitievergoeding is inbegrepen.
2.5.
De kantonrechter bepaalt dat de partijen de eigen proceskosten dragen. Dat betekent dat zij geen vergoeding hoeven te betalen voor de kosten die de andere partij voor deze rechtszaak heeft gemaakt.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst per 1 oktober 2025;
3.2.
veroordeelt [verzoekster] om aan [verweerster] een beëindigingsvergoeding van € 6.000,- bruto te betalen;
3.3.
bepaalt dat de partijen de eigen proceskosten dragen;
3.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.
465