Eiser diende een handhavingsverzoek in tegen een agrarisch bedrijf vanwege vermeende overschrijding van de maximale geluidgrenswaarde (LAmax) in de avondperiode door het rijden met een tractor. Het college wees dit verzoek af, stellende dat het om een incident ging en verwees naar een geluidrapport uit 2015 en maatwerkvoorschriften die geen verbod op avondrijden bevatten.
De rechtbank oordeelt dat het college onvoldoende heeft onderzocht of daadwerkelijk sprake was van een overschrijding van de LAmax in de avondperiode zoals bedoeld in het Activiteitenbesluit. Het college heeft het verzoek onzorgvuldig voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd, waardoor het bestreden besluit in strijd is met de Awb-artikelen 3:2 en 7:12.
Verder is vastgesteld dat het beroep gegrond is en het college wordt opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatig besluit af, maar kent een vergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn van € 2.000,- en vergoedt griffierecht en reiskosten aan eiser.
De procedure kende meerdere stappen, waaronder een bezwaarprocedure en behandeling van het beroep door de rechtbank. De overschrijding van de redelijke termijn wordt geheel aan de rechtbank toegerekend. De uitspraak is gedaan door rechter J. Fransen op 27 oktober 2025.