De zaak betreft een geschil tussen een aannemer en een Vereniging van Eigenaars (VvE) over betaling van facturen voor uitgevoerde werkzaamheden aan balkons, dakgoten en meerwerk aan de gevel. De VvE betaalde de laatste termijn en de factuur voor meerwerk niet, wat leidde tot een verstekvonnis dat bijna volledig in het voordeel van de aannemer was.
De VvE stelde zich op het standpunt dat zij haar betaling terecht had opgeschort wegens vertraging in de uitvoering en gebrekkig meerwerk, en vorderde tevens schadevergoeding. De rechtbank oordeelde dat de VvE onvoldoende had onderbouwd dat een fatale termijn van drie weken was afgesproken en dat de aannemer tekortgeschoten was. Tevens werd vastgesteld dat het meerwerk was aanvaard door een bevoegd VvE-beheerder, waardoor de aannemer niet aansprakelijk is voor gebreken.
De VvE's verweren tot verrekening en opschorting werden afgewezen. De rechtbank veroordeelde de VvE tot betaling van het openstaande bedrag van €12.810,73, handelsrente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten. Het verstekvonnis werd bekrachtigd en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.