Eiseres B.V. kreeg van de minister van Landbouw een bestuurlijke boete opgelegd van €3.750 vanwege het niet aanbrengen van de verplichte aanduiding "categorie II mest" op een vrachtwagen die onverwerkte drijfmest vervoerde. De overtreding werd aangemerkt als zwaar volgens het interventiebeleid van de NVWA, mede vanwege mogelijke risico's voor volksgezondheid, diergezondheid en milieu.
Eiseres betwistte de zwaarte van de overtreding en stelde dat de sticker door het wassen van de wagen was verdwenen, en dat er geen risico was omdat mest juist nuttig is voor landbouwgrond en een gezondheidsverklaring was afgegeven. De rechtbank verwierp deze argumenten, oordeelde dat de minister voldoende had gemotiveerd dat het ontbreken van de etikettering ernstige gevolgen kan hebben, en dat het ontbreken van de sticker aan eiseres kan worden toegerekend.
Ook betwistte eiseres de hoogte van de boete en de recidiveverhoging. De rechtbank stelde dat de boete conform de wettelijke boetecategorieën was vastgesteld en dat de recidiveverhoging terecht was toegepast omdat een eerdere boete onherroepelijk was geworden. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de boete in stand blijft en eiseres geen proceskostenvergoeding ontvangt.