ECLI:NL:RBROT:2025:13850
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag overname geldschuld op grond van Wet hersteloperatie toeslagen
Eiseres, gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire, diende een aanvraag in voor overname van twee geldschulden op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De minister nam één schuld over, maar wees de schuld aan meubelleverancier Houwelingen Alexandrium BV ter hoogte van €10.617,- af omdat deze niet voor 1 juni 2021 opeisbaar was.
Eiseres stelde dat de schuld wel opeisbaar was geworden en dat de minister ten onrechte de hardheidsclausule niet toepaste. De rechtbank oordeelde dat de wettelijke eis dat schulden voor 1 juni 2021 opeisbaar moeten zijn, een kernvereiste is van de regeling en dat de levering van meubels nooit heeft plaatsgevonden, waardoor de schuld niet opeisbaar werd. De factuur uit 2023 verandert hier niets aan.
De rechtbank overwoog dat de hardheidsclausule alleen in bijzondere schrijnende omstandigheden kan worden toegepast, maar dat de situatie van eiseres onvoldoende verband hield met de specifieke schuld aan Houwelingen. Daarom was het redelijk dat de minister de hardheidsclausule buiten toepassing liet.
Het beroep werd ongegrond verklaard, eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter A.J. van Spengen op 26 november 2025.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de minister de schuld niet hoeft over te nemen.