Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 december 2025 in de zaak tussen
[eiser], uit Vlaardingen, eiser
de heffingsambtenaar van de Regionale Belasting Groep
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
€ 1.000,- bedraagt. De rechtbank volstaat daarom met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden. [12] Het overgangsrecht uit het arrest van de Hoge Raad van 14 juni 2024 is niet van toepassing, omdat de redelijke termijn op die datum nog niet was overschreden. [13] Eiser heeft geen recht op een schadevergoeding.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar, voor zover daarin is beslist over de proceskostenvergoeding;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar aan eiser een proceskostenvergoeding van € 1.304,69 moet betalen;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van de uitspraak op bezwaar;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het betaalde griffierecht van € 51,- aan eiser vergoedt;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van eiser tot een bedrag van
mr.J.I. Kamp, griffier.