ECLI:NL:RBROT:2025:14629
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- F.P. Heijne
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen woningsluiting op grond van artikel 13b Opiumwet wegens lachgas
De zaak betreft een voorlopige voorziening tegen de tijdelijke sluiting van de woning van verzoeker op grond van artikel 13b van de Opiumwet, vanwege de aanwezigheid van meer dan een handelshoeveelheid lachgas. Verzoeker maakte bezwaar tegen de sluiting en verzocht de voorzieningenrechter om schorsing van het besluit.
De politie trof op 30 juli 2025 vier lachgascilinders aan met een inhoud die volgens het proces-verbaal 5.430 gram bedroeg. De burgemeester sloot de woning voor drie maanden wegens overtreding van de Opiumwet. De voorzieningenrechter stelde ambtshalve vast dat de berekening van de hoeveelheid lachgas onjuist was en dat niet kon worden vastgesteld of sprake was van een handelshoeveelheid. Hierdoor ontbrak de bevoegdheid voor de burgemeester om de sluiting op te leggen.
Daarnaast oordeelde de voorzieningenrechter dat onvoldoende was gemotiveerd waarom niet met een minder ingrijpend middel, zoals een waarschuwing, kon worden volstaan. Ook bleek uit de stukken geen sprake van drugshandel of overlast sinds juli 2025. De belangenafweging wees uit dat de woningsluiting zonder formele waarschuwing en met onvoldoende motivering niet evenwichtig was, mede gelet op de gevolgen voor verzoeker en zijn inspanningen om zijn leven te verbeteren.
De voorzieningenrechter besloot daarom het besluit tot woningsluiting te schorsen tot twee weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoeker.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de woningsluiting wordt toegewezen en het besluit geschorst tot twee weken na de beslissing op bezwaar.