ECLI:NL:RBROT:2025:14733
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de rechtsverhouding tussen een zorgverlener en de Sociale Verzekeringsbank in het kader van de Wet WIA
In deze uitspraak van de Rechtbank Rotterdam op 18 december 2025, in de zaak tussen [naam eiseres] en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), concludeert de rechtbank dat de rechtsverhouding tussen eiseres en de Sociale Verzekeringsbank (Svb) niet kan worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst. Eiseres had een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), welke door het UWV was afgewezen. De rechtbank oordeelt dat eiseres niet als werknemer kan worden aangemerkt in de zin van de Wet WIA, omdat er geen gezagsverhouding bestond tussen haar en de Svb. Eiseres had 22 jaar mantelzorg verleend aan haar tweelingzoons op basis van een zorgovereenkomst, maar de rechtbank stelt vast dat de voorwaarden voor een arbeidsovereenkomst niet zijn vervuld. De rechtbank wijst erop dat de wet dwingend is en geen ruimte biedt voor uitzonderingen, en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die de afwijzing van de aanvraag onredelijk maken. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de kosten af.