ECLI:NL:RBROT:2025:14838

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
10.315029.22
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor bankhelpdeskfraude met benadeelde partijen

Op 9 december 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan bankhelpdeskfraude, gericht op oudere slachtoffers. De verdachte is veroordeeld voor diefstal in vereniging door middel van een valse sleutel en het medeplegen van oplichting. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte in de periode van 18 oktober 2022 tot en met 22 februari 2023, in verschillende plaatsen in Nederland, meerdere keren bankpassen heeft gestolen door zich voor te doen als bankmedewerker. De verdachte heeft de slachtoffers misleid door hen te vertellen dat hun bankpas geblokkeerd moest worden en dat een medewerker deze zou komen ophalen. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, en heeft de vorderingen van benadeelde partijen grotendeels toegewezen. De rechtbank heeft ook rekening gehouden met de ernst van de feiten, de kwetsbaarheid van de slachtoffers en de recidive van de verdachte. De verdachte is in de gelegenheid gesteld om zich te rehabiliteren, met bijzondere voorwaarden opgelegd door de reclassering.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10.315029.22
Datum uitspraak: 9 december 2025
Datum zitting: 25 november 2025
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
gedetineerd in het [naam P.I.] .
Advocaat van de verdachte: mr. G.L.P. Biesmans
Officier van justitie: mr. D.D.B. Reuter
Benadeelde partijen: [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [benadeelde 3]

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte – samengevat – van het meermalen plegen van diefstal in vereniging met een valse sleutel (feit 1) en het meermalen medeplegen van oplichting (feit 2).
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
1
hij in of omstreeks de periode van 18 oktober 2022 tot en met 22 februari 2023, te Delfgauw, Hoek van Holland, Bleiswijk, Spijkenisse, Dordrecht, Rotterdam en/of Zoetermeer, althans in Nederland,
(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen
  • in zaak [naam zaak 1] : een geldbedrag van ongeveer 3.439,- euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of
  • in zaak [naam zaak 2] : een geldbedrag van ongeveer 2.488,- euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of
  • in zaak [naam zaak 3] : een geldbedrag van ongeveer 4.726,- euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of
  • in zaak [naam zaak 4] : een geldbedrag van ongeveer 3.470,- euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of
  • in zaak [naam zaak 5] : een geldbedrag van ongeveer 1.100,- euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of
  • in zaak [naam zaak 6] : een geldbedrag van ongeveer 3.800,- euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of
  • in zaak [naam zaak 7] : een geldbedrag van ongeveer 4.450,- euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of
  • in zaak [naam zaak 8] : een geldbedrag van ongeveer 1.890,- euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] en/of
  • in zaak [naam zaak 9] : een geldbedrag van ongeveer 316,40 en/of 616,40 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10] en/of
  • in zaak [naam zaak 10] : een geldbedrag van ongeveer 2.787,99 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11] en/of
  • in zaak [naam zaak 11] : een geldbedrag van ongeveer 2.089,- euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 12] en/of
  • in zaak [naam zaak 12] : een geldbedrag van ongeveer 6.158,- euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 13] en/of
  • in zaak [naam zaak 13] : een geldbedrag van ongeveer 1986,95 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 14] en/of
  • in zaak [naam zaak 14] : een geldbedrag van ongeveer 6.920,- euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 15] en/of
  • in zaak [naam zaak 15] : een geldbedrag van ongeveer 1.200,- euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 16] en/of
  • in zaak [naam zaak 16] : een geldbedrag van ongeveer 3.080,98 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 17] ,
in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), die/dat weg te nemen geldbedrag(en) (telkens) onder zijn/hun bereik had(den) gebracht door (een) valse sleutel(s), van een valse order of het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid, of door listige kunstgrepen, of door een samenweefsel van verdichtsels,
te weten: middels het meermalen, althans eenmaal gebruiken van één of meer bankpassen/pinpassen (inclusief bijbehorende pincode(s)) toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en /of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/ of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] en/ of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 13] en/ of [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 15] en/of [slachtoffer 16] en/of [slachtoffer 17] , tot welk gebruik verdachte en/of zijn mededader(s) onbevoegd en/of niet gerechtigd was/waren;
2
hij in of omstreeks de periode van 18 oktober 2022 tot en met 22 februari 2023, te Delfgauw, Hoek van Holland, Bleiswijk, Spijkenisse, Dordrecht, Rotterdam en/of Zoetermeer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige
kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
  • in zaak [naam zaak 1] : [slachtoffer 1] en/of
  • in zaak [naam zaak 2] : [slachtoffer 2] en /of
  • in zaak [naam zaak 3] : [slachtoffer 3] en/of
  • in zaak [naam zaak 4] : [slachtoffer 4] en /of
  • in zaak [naam zaak 5] : [slachtoffer 5] en/of
  • in zaak [naam zaak 6] : [slachtoffer 6] en/of
  • in zaak [naam zaak 7] : [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en /of
  • in zaak [naam zaak 8] : [slachtoffer 9] en/of
  • in zaak [naam zaak 9] : [slachtoffer 10] en/of
  • in zaak [naam zaak 10] : [slachtoffer 11] en /of
  • in zaak [naam zaak 11] : [slachtoffer 12] en/ of
  • in zaak [naam zaak 12] : [slachtoffer 13] en/of
  • in zaak [naam zaak 13] : [slachtoffer 14] en/of
  • in zaak [naam zaak 14] : [slachtoffer 15] en/of
  • in zaak [naam zaak 15] : [slachtoffer 16] en/of
  • in zaak [naam zaak 16] : [slachtoffer 17] ,
(telkens) heeft bewogen tot de afgifte van enig(e) goed(eren) te weten (een) bankpas(sen)/pinpas(sen) behorende bij (een) rekeningnummer(s) van de ABNAMRO Bank en/of ING Bank en/ of Rabobank, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)
  • zich telefonisch jegens/aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en /of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 15] en/of [slachtoffer 16] en/of [slachtoffer 17] , voorgedaan/voorgesteld als ' [naam 1] ' en/of ' [naam 2] ' en/of ' [naam 3] ', althans een medewerkster van de ABNAMRO Bank en/of ING Bank en/of Rabobank van de afdeling fraude en/of
  • (daarbij) in die hoedanigheid valselijk en/of bedriegelijk aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/ of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/ of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 15] en/of [slachtoffer 16] en/of [slachtoffer 17] medegedeeld - zakelijk weergegeven - dat er (grote) bedragen geld werd(en) afgehaald van zijn en/of haar rekening en/of dat zijn en/of haar bankpas (direct) geblokkeerd moest worden en/of dat hij zijn en/of zij haar bankpas door moest knippen, waarbij hij/zij de chip van de bankpas wel intact moest laten en/of dat een bankmedewerker de bankpas bij hem en/ of haar thuis zou komen ophalen en/of
  • (vervolgens) bij de woning van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/ of [slachtoffer 6] en / of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8]
en/of [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 15] en/of [slachtoffer 16] en/of [slachtoffer 17] aangebeld en aldaar zich (wederom) jegens die [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of Verhoeven voorgedaan als een bankmedewerker die de bankpas/pinpas kwam ophalen.

2.Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat de officier van justitie niet-ontvankelijk is in de vervolging van de verdachte in de zaak [naam zaak 14] . De rechtbank Den Haag heeft op 24 november 2025 in deze zaak een veroordelend vonnis gewezen. De verdachte kan niet voor hetzelfde feit opnieuw worden vervolgd en veroordeeld. De rechtbank zal de officier van justitie in deze zaak niet-ontvankelijk verklaren. Niet in geschil is dat de officier van justitie voor het overige ontvankelijk is in de vervolging.

3.De beoordeling van het bewijs

3.1.
Oordeel van de rechtbank
De officier van justitie en de verdediging zijn het erover eens dat de feiten 1 en 2 kunnen worden bewezen. In een aantal specifieke zaken verschillen zij van mening over het bewijs. De rechtbank zal daarop hieronder per zaak ingaan.
Feit 1 – diefstal in vereniging met een valse sleutel
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het meermalen plegen van diefstal in vereniging met een valse sleutel (feit 1). De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 3.2.
3.1.1.
Bewezenverklaring zaken [naam zaak 1] , [naam zaak 2] , [naam zaak 3] , [naam zaak 5] , [naam zaak 7] , [naam zaak 8] , [naam zaak 9] , [naam zaak 10] , [naam zaak 12] , [naam zaak 13] , [naam zaak 15] en [naam zaak 16]
De bewezenverklaring van feit 1 voor wat betreft de voornoemde zaken is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de beschuldiging in deze zaken bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor deze feiten de bewijsmiddelen in bijlage 1 genoemd maar niet uitgeschreven.
3.1.2.
Bewezenverklaring zaak [naam zaak 4]
In de zaak [naam zaak 4] heeft de officier van justitie geconcludeerd tot bewezenverklaring van de beschuldiging tot een bedrag van € 1.070,-.
De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat de beschuldiging van de diefstal in de zaak [naam zaak 4] wettig en overtuigend kan worden bewezen tot een bedrag van € 470,-. De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft deze pintransacties bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden de in bijlage 1 opgenomen bewijsmiddelen genoemd maar niet uitgeschreven.
De betrokkenheid van de verdachte bij de overige pintransacties van in totaal € 600,- in de zaak [naam zaak 4] is naar het oordeel van de rechtbank niet vast komen te staan. De verdachte heeft deze transacties ontkend. Uit het dossier volgt dat deze op een andere tijd en plaats zijn verricht dan de twee transacties die de verdachte heeft bekend. [1] Dit onderdeel van de beschuldiging is daarmee niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt hiervan partieel vrijgesproken.
3.1.3.
Bewezenverklaring [naam zaak 6]
In de zaak [naam zaak 6] heeft de officier van justitie geconcludeerd tot bewezenverklaring van de beschuldiging van alle pintransacties.
De beschuldiging in de zaak [naam zaak 6] is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen tot een bedrag van € 2.869,-. Dit betreffen de pintransacties bij Coolblue, Geldmaat en casino Palace Diamond op 27 oktober 2022 en de pintransactie bij Euronet op 28 oktober 2022. De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft deze pintransacties bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden de in bijlage 1 opgenomen bewijsmiddelen genoemd maar niet uitgeschreven.
De betrokkenheid van de verdachte bij de overige pintransacties in de zaak [naam zaak 6] is naar het oordeel van de rechtbank niet vast komen te staan. De verdachte heeft zijn betrokkenheid bij deze pintransacties ontkend. De officier van justitie baseert de beschuldiging op het tijdsverloop van de transacties, de vergelijkbare bedragen en feit dat de verdachte vaker bij casino’s zou pinnen. Dit is echter naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank bovendien van oordeel dat geen sprake is van medeplegen. Dat de pinpas aan een andere persoon zou zijn overgegeven is mogelijk, maar dat is in dit geval niet vast komen staan. Dit onderdeel van de beschuldiging is dus niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt hiervan partieel vrijgesproken.
3.1.4.
Vrijspraak zaak [naam zaak 11]
In de zaak [naam zaak 11] heeft de officier van justitie voor wat betreft feit 1 geconcludeerd tot bewezenverklaring.
De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat de beschuldiging van feit 1 in de zaak [naam zaak 11] niet kan worden bewezen. De verdachte heeft zijn betrokkenheid in deze zaak ontkend. De officier van justitie baseert zijn standpunt op camerabeelden waarover de rechtbank en de verdediging niet beschikken. Een verbalisant heeft de verdachte op basis van die beelden herkend en dit in een proces-verbaal vastgelegd. Van die beelden is een
stillgemaakt die in het dossier is opgenomen. Deze still is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende duidelijk om de kwaliteit van de beelden waarop de herkenning is gebaseerd te kunnen beoordelen. Het beeld op de
stillis zeer donker, waardoor het onmogelijk is om de persoon aan specifieke persoonskenmerken te herkennen. De rechtbank kan niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat het de verdachte is die op de still te zien is. De rechtbank spreekt de verdachte daarom in de zaak [naam zaak 11] vrij.
Feit 2 – medeplegen van oplichting
Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het meermalen medeplegen van oplichting (feit 2). De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 3.2.
3.1.5.
Bewezenverklaring zaken [naam zaak 2] , [naam zaak 5] , [naam zaak 8] , [naam zaak 9] en [naam zaak 15]
De bewezenverklaring van feit 2 voor wat betreft de zaken [naam zaak 2] , [naam zaak 5] , [naam zaak 8] , Eucaclyptus en [naam zaak 15] is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de beschuldiging in deze zaken bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor deze feiten de bewijsmiddelen in bijlage 1 genoemd maar niet uitgeschreven.
3.1.6.
Vrijspraak zaken [naam zaak 3] , [naam zaak 4] , [naam zaak 6] , [naam zaak 7] , [naam zaak 10] , [naam zaak 11] , [naam zaak 12] , [naam zaak 13] en [naam zaak 16]
De beschuldiging van feit 2 voor wat betreft de zaken [naam zaak 3] , [naam zaak 4] , [naam zaak 6] , [naam zaak 7] , [naam zaak 10] , [naam zaak 11] , [naam zaak 12] , [naam zaak 13] en [naam zaak 16] is niet bewezen. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken. De officier van justitie en de verdediging zijn tot dezelfde conclusie gekomen, zodat de rechtbank dit niet verder zal motiveren.
3.1.7.
Vrijspraak zaak [naam zaak 1]
In de zaak [naam zaak 1] heeft de officier van justitie geconcludeerd tot bewezenverklaring van de oplichting van slachtoffer [slachtoffer 1] .
De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat de verdachte van deze beschuldiging moet worden vrijgesproken. Het slachtoffer heeft verklaard dat de bankpas werd opgehaald door een persoon met een gezet postuur. Deze beschrijving is niet van toepassing op de verdachte. Alhoewel de verdachte de oplichting wel heeft bekend, is de rechtbank van oordeel dat de oplichting van slachtoffer [slachtoffer 1] onvoldoende wettig en overtuigend is bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
3.2.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
1
hij in de periode van 18 oktober 2022 tot en met
16februari 2023 in Nederland,
(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen
  • in zaak [naam zaak 1] : een geldbedrag van 3.439,- euro toebehorende aan [slachtoffer 1] en
  • in zaak [naam zaak 2] : een geldbedrag van
  • in zaak [naam zaak 3] : een geldbedrag van 4.726,- euro toebehorende aan [slachtoffer 3] en
  • in zaak [naam zaak 4] : een geldbedrag van
  • in zaak [naam zaak 5] : een geldbedrag van
  • in zaak [naam zaak 6] : een geldbedrag van
  • in zaak [naam zaak 7] : een geldbedrag van 4.450,- euro toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en
  • in zaak [naam zaak 8] : een geldbedrag van 1.890,- euro toebehorende aan [slachtoffer 9] en
  • in zaak [naam zaak 9] : een geldbedrag van 616,40 euro toebehorende aan [slachtoffer 10] en
  • in zaak [naam zaak 10] : een geldbedrag van 2.787,99 euro toebehorende aan [slachtoffer 11] en
  • in zaak [naam zaak 12] : een geldbedrag van 6.158,- euro toebehorende aan [slachtoffer 13] en
  • in zaak [naam zaak 13] : een geldbedrag van 1.986,95 euro toebehorende aan [slachtoffer 14] en
  • in zaak [naam zaak 15] : een geldbedrag van 1.200,- euro toebehorende aan [slachtoffer 16] en
  • in zaak [naam zaak 16] : een geldbedrag van 3.080,98 euro toebehorende aan [slachtoffer 17] ,
enverdachte en zijn mededader(s) die weg te nemen geldbedragen telkens onder hun bereik hadden gebracht door (een) valse sleutel(s),te weten: middels het meermalen, gebruiken van één of meer bankpassen/pinpassen (inclusief bijbehorende pincode(s)) toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en /of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/ of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] en/ of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 13] en/ of [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 16] en/of [slachtoffer 17] , tot welk gebruik verdachte en zijn mededader(s) onbevoegd en niet gerechtigd waren;
2
hij in de periode van 18 oktober 2022 tot en met
16februari 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
  • in zaak [naam zaak 2] : [slachtoffer 2] en
  • in zaak [naam zaak 5] : [slachtoffer 5] en
  • in zaak [naam zaak 8] : [slachtoffer 9] en
  • in zaak [naam zaak 9] : [slachtoffer 10] en
  • in zaak [naam zaak 15] : [slachtoffer 16]
telkens heeft bewogen tot de afgifte van bankpas(sen)/pinpas(sen), immers hebben verdachte en/of zijn mededader(s)
  • zich telefonisch jegens/aan die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] en [slachtoffer 16] , voorgedaan als een medewerk
  • (daarbij) in die hoedanigheid valselijk en/of bedriegelijk aan die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] en [slachtoffer 16] medegedeeld - zakelijk weergegeven - dat er (grote) bedragen geld werd(en) afgehaald van zijn of haar rekening en dat zijn of haar bankpas (direct) geblokkeerd moest worden en/of dat hij zijn of zij haar bankpas door moest knippen, waarbij hij/zij de chip van de bankpas wel intact moest laten en dat een bankmedewerker de bankpas bij hem of haar thuis zou komen ophalen en
  • (vervolgens) bij de woning van die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] en [slachtoffer 16] aangebeld en aldaar zich (wederom) jegens die

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
Feit 1:
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd.
Feit 2:
medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.
4.2.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5.Straf

5.1.
Eis van de officier van justitie
De officier van justitie vindt dat aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 45 maanden moet worden opgelegd, met aftrek van de periode die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
5.2.
Oordeel van de rechtbank
5.2.1.
Ernst en gevolgen van de feiten
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het plegen van bankhelpdeskfraude. De verdachte en zijn medeverdachten hebben doelbewust personen op leeftijd en daarmee kwetsbare slachtoffers uitgezocht. De slachtoffers werden gebeld door een zogenaamde medewerk(st)er van de afdeling fraude van een Nederlandse bank. De betreffende medewerk(st)er vertelde de slachtoffers dat zij mogelijk slachtoffer waren geworden van fraude. Vervolgens moesten zij hun pincodes doorgeven, kregen zij een code waarmee een koerier die de bankpassen zou komen ophalen zich aan de deur zou identificeren, en werden de passen door de betreffende koerier thuis opgehaald. Vervolgens werden er met deze passen grote geldbedragen gepind en aankopen gedaan bij diverse winkels. De verdachte heeft zich op deze manier in totaal 14 keer schuldig gemaakt aan diefstal en vijf keer aan oplichting.
De verdachte en zijn medeverdachten hebben op een georganiseerde en doortrapte wijze misbruik gemaakt van het bij de slachtoffers gewekte vertrouwen. Ook uit dit dossier blijkt dat dit soort feiten de slachtoffers niet alleen in financiële zin treft, maar dat ook hun gevoel van veiligheid en vertrouwen in de medemens ernstig wordt aangetast en voor gevoelens van schaamte, stress en angst zorgt. Daarnaast is bankhelpdeskfraude een misdrijf dat het vertrouwen ondermijnt dat rekeninghouders in het algemeen in het betalingsverkeer en het bankwezen mogen hebben. Dit vertrouwen is van groot belang voor het maatschappelijk en economisch verkeer. Ook leidt bankhelpdeskfraude tot hoge kosten voor de betrokken banken. De verdachte heeft zich niet bekommerd om de gevolgen van zijn handelen. De rechtbank rekent de verdachte dit aan.
5.2.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad [2] van de verdachte blijkt dat hij niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Rapport van de Reclassering Nederland (reclassering)
De reclassering heeft een drietal rapporten over de verdachte uitgebracht. De reclassering vindt het zorgelijk dat de verdachte zich gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis in deze zaak schuldig heeft gemaakt aan een straatroof. De verdachte heeft daarvoor een gevangenisstraf gekregen van 24 maanden, die hij inmiddels heeft uitgezeten. In juli van dit jaar is hij vrijgekomen. In oktober 2025 is de verdachte echter weer aangehouden in verband met een nieuwe verdenking, waardoor hij ten tijde van de zitting in deze zaak in detentie verblijft. Volgens de reclassering is sprake van een breder delictpatroon met financieel gewin als primair doel. De houding van de verdachte en zijn sociale netwerk, waarin zich personen bevinden met wie de verdachte eerder samen delicten heeft gepleegd, zijn volgens de reclassering risicoverhogende factoren. De verdachte handelt vaak impulsief en heeft beperkte probleemoplossende vaardigheden. Als beschermende factoren noemt de reclassering dat de verdachte wil werken aan een stabiel en delictvrij toekomstperspectief. Zo heeft hij meerdere pogingen ondernomen om werk te vinden, alleen is het nog niet gelukt om werk te behouden. Ook lijkt hij ontvankelijk voor behandeling. Het eerdere reclasseringscontact verliep wisselend, er leek maar weinig gedragsverandering te zijn. Het recidiverisico wordt ingeschat als gemiddeld tot hoog en het risico op geweld als hoog-gemiddeld. Het risico op het onttrekken aan voorwaarden wordt als gemiddeld ingeschat. Bij een veroordeling adviseert de reclassering om een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met de bijzondere voorwaarden zoals opgenomen in het rapport.
5.2.3.
Redelijke termijn
De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 27 februari 2023, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode van twee jaar en ruim negen maanden verstreken. Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaren. Dat betekent dat de redelijke termijn met ruim negen maanden is overschreden. De rechtbank houdt daar bij de strafoplegging rekening mee.
5.2.4.
Oplegging straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Verder houdt de rechtbank rekening met de jeugdige leeftijd van de verdachte, de overschrijding van de redelijke termijn en met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.
Gelet op deze factoren vindt de rechtbank de door de officier van justitie geëiste straf te hoog. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 20 maanden. Van deze gevangenisstraf worden vier maanden voorwaardelijk opgelegd.
De voorwaardelijke straf heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.
De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd, en een,vanwege de hardnekkige recidive lange, proeftijd van drie jaar. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling te verkleinen. De bijzondere voorwaarden zijn: meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling en dagbesteding.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

6.In beslag genomen voorwerpen

6.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank de beslissing neemt dat het in beslag genomen geldbedrag van € 1.400,- (goednummer [beslagnummer] ) aan de verdachte moet worden teruggegeven.
6.2.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank beslist tot de teruggave van het in beslag genomen geldbedrag van € 1.400,- aan de verdachte.

7.Voorlopige hechtenis

De rechtbank stelt vast dat de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van
9 juni 2023 is geschorst tot aan de einduitspraak in eerste aanleg.
De verdediging heeft primair verzocht de (geschorste) voorlopige hechtenis op te heffen en subsidiair om de voorlopige hechtenis bij einduitspraak opnieuw te schorsen.
Bij de beoordeling van de voorlopige hechtenis stelt de rechtbank vast dat, gelet op de inhoud van dit vonnis, nog immer sprake is van ernstige bezwaren. De recidivegrond is ook nog onverkort aanwezig. De verdachte is na de schorsing van de voorlopige hechtenis opnieuw in de fout gegaan door een vergelijkbaar feit te plegen en is hiervoor reeds veroordeeld. Uit het reclasseringsrapport volgt ook dat het recidiverisico hoog is. Dat betekent dat de voorlopige hechtenis niet zal worden opgeheven.
Ten aanzien van de subsidiair verzochte hiernieuwde schorsing van de voorlopige hechtenis overweegt de rechtbank als volgt. Uit recente jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat de rechtbank op grond van de actuele situatie moet beoordelen of het aflopen van de schorsing van de voorlopige hechtenis nog steeds noodzakelijk is, of dat hernieuwde schorsing van de voorlopige hechtenis is aangewezen (Hoge Raad 24 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:987). Daarbij moet een belangenafweging worden gemaakt tussen enerzijds de belangen van strafvordering en anderzijds de belangen van de verdachte. Bij die belangenafweging staat voorop dat de voorlopige hechtenis als ingrijpend dwangmiddel terughoudend moet worden toegepast. Voor het daadwerkelijk ondergaan van voorlopige hechtenis is slechts ruimte als dat noodzakelijk is voor het bereiken van het doel van de voorlopige hechtenis. De omstandigheid dat bij een veroordelend vonnis een gevangenisstraf is opgelegd van langere duur dan de reeds ondergane voorlopige hechtenis, is geen zelfstandige grond voor opheffing van de schorsing of het laten herleven van de voorlopige hechtenis.
Mede gelet op deze jurisprudentie ziet de rechtbank in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding om tot hernieuwde schorsing van de voorlopige hechtenis over te gaan.
Deze beslissing is opgenomen in een afzonderlijk bevel schorsing voorlopige hechtenis.

8.Vordering van de benadeelde partijen

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

8.1.
Vordering [slachtoffer 1]
(Wijlen) [slachtoffer 1] heeft voor de feiten 1 en 2 € 860,00 als vergoeding van materiële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.
8.2.
Oordeel van de rechtbank
8.2.1.
Materiële schade
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van de onder 1 en 2 gepleegde strafbare feiten. De verdediging heeft de vordering niet betwist. De vordering wordt daarom toegewezen. Dit betekent dat de verdachte € 860,- als vergoeding van materiële schade aan de benadeelde partij moet betalen.
8.2.2.
Hoofdelijke veroordeling
De verdachte heeft de strafbare feiten waarvoor de schadevergoeding wordt toegekend samen met een of meer mededader(s) gepleegd. Zij zijn daarom hoofdelijk aansprakelijk voor de toe te kennen schadevergoeding (vermeerderd met de hierna te noemen wettelijke rente). Als de mededader(s) de schadevergoeding (voor een deel) heeft / hebben betaald, hoeft de verdachte (dat deel) niet meer aan de benadeelde partij te betalen.
8.2.3.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 11 oktober 2022.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die zijn erfgenamen in de tenuitvoerlegging nog zullen maken, omdat de vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.
De rechtbank legt (eveneens hoofdelijk) de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 17 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Benadeelde partij [slachtoffer 11]
8.3.
Vordering [slachtoffer 11]
heeft voor de feiten 1 en 2 € 4.376,99 als vergoeding van materiële schade en € 500,00 als vergoeding van immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.
8.4.
Oordeel van de rechtbank
8.4.1.
Materiële schade
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij [slachtoffer 11] rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van de onder 1 en 2 gepleegde strafbare feiten. De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat de vordering voor wat betreft de gepinde bedragen toewijsbaar is tot het bewezenverklaarde bedrag van de diefstal, te weten € 2.787,99. De vordering tot dat bedrag is onweersproken en op de wet gegrond. Daarnaast heeft de verdediging het gevorderde bedrag van € 89,00 voor de aanschaf van een videodeurbel niet betwist, zodat ook dit bedrag zal worden toegewezen. Dit betekent dat de verdachte in totaal € 2.876,99 als vergoeding van materiële schade aan de benadeelde partij moet betalen. De benadeelde partij wordt in het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard.
8.4.2.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft als gevolg van de strafbare feiten rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij is namelijk op andere wijze in haar persoon aangetast als bedoeld in artikel 6:106 lid 1 sub b BW. De benadeelde partij ervaart als gevolg van de strafbare feiten tot op de dag van vandaag gevoelens van angst, onzekerheid en onveiligheid. De verdediging heeft de vordering niet betwist. De rechtbank wijst het gevorderde bedrag van € 500,00 als vergoeding van immateriële schade toe.
8.4.3.
Hoofdelijke veroordeling
De verdachte heeft de strafbare feiten waarvoor de schadevergoeding wordt toegekend samen met een of meer mededader(s) gepleegd. Zij zijn daarom hoofdelijk aansprakelijk voor de toe te kennen schadevergoeding (vermeerderd met de hierna te noemen wettelijke rente). Als de mededader(s) de schadevergoeding (voor een deel) heeft / hebben betaald, hoeft de verdachte (dat deel) niet meer aan de benadeelde partij te betalen.
8.4.4.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 7 februari 2023.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt, en die zij in de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.
De rechtbank legt (eveneens hoofdelijk) de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 43 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Benadeelde partij [slachtoffer 16]
8.5.
Vordering [slachtoffer 16]
heeft voor de feiten 1 en 2 € 1.400,00 als vergoeding voor materiële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.
8.6.
Oordeel van de rechtbank
8.6.1.
Materiële schade
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij [slachtoffer 16] rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van de onder 1 en 2 gepleegde strafbare feiten. De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat de vordering toewijsbaar is tot een bedrag van € 900,00. De resterende € 500,00 is geen onderdeel van de beschuldiging in deze strafzaak en is bovendien niet onderbouwd. Dit betekent dat de verdachte in totaal € 900,00 als vergoeding van materiële schade aan de benadeelde partij moet betalen. De benadeelde partij wordt in het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard.
8.6.2.
Hoofdelijke veroordeling
De verdachte heeft de strafbare feiten waarvoor de schadevergoeding wordt toegekend samen met een of meer mededader(s) gepleegd. Zij zijn daarom hoofdelijk aansprakelijk voor de toe te kennen schadevergoeding (vermeerderd met de hierna te noemen wettelijke rente). Als de mededader(s) de schadevergoeding (voor een deel) heeft / hebben betaald, hoeft de verdachte (dat deel) niet meer aan de benadeelde partij te betalen.
8.6.3.
Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 16 februari 2023.
De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt, en die zij in de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.
De rechtbank legt (eveneens hoofdelijk) de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 180 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

9.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 47, 57, 63, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

10.Beslissingen

De rechtbank:
Voorvraag
verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging in de zaak [naam zaak 14] ;
verklaart de officier van justitie voor het overige ontvankelijk in de vervolging;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2, zoals in paragraaf 3.2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in paragraaf 4.1 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 20 maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat
4 maanden van deze gevangenisstrafniet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
1. de verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering (adres: Marconistraat 2 in Rotterdam), zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn;
2. de verdachte zich gedurende de proeftijd onder behandeling stelt van Fivoor of een soortgelijke zorgverlener, op de tijden en plaatsen als door of namens de reclassering aan te geven. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;
3. de verdachte zich gedurende de proeftijd inspant voor het vinden en behouden van dagbesteding in de vorm van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur, zolang de reclassering dat nodig vindt;
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden genoemd onder 1 tot en met 3 en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
  • meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
  • meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
In beslag genomen voorwerpen
beveelt de teruggave van het geldbedrag van € 1.400,- (goednummer: [beslagnummer] ) aan de verdachte;
Vordering benadeelde partij [slachtoffer 1]
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader(s) aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] te betalen een bedrag van
€ 860,00als vergoeding van materiële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 11 oktober 2022 tot de dag van volledige betaling;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot vandaag begroot op € 0,- en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte voor de feiten 1 en 2
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1] aan de staat
€ 860,00te betalen, en de wettelijke rente vanaf 11 oktober 2022 tot aan de dag van volledige betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
17 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of een of meer mededader(s) de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft / hebben vergoed;
Vordering benadeelde partij [slachtoffer 11]
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader(s) aan de benadeelde partij [slachtoffer 11] te betalen een bedrag van
€ 3.376,99, bestaande uit € 2.876,99 als vergoeding van materiële schade en € 500,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 7 februari 2023 tot de dag van volledige betaling;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot vandaag begroot op € 0,- en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte voor de feiten 1 en 2
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 11] aan de staat
€ 3.376,99te betalen, en de wettelijke rente vanaf 7 februari 2023 tot aan de dag van volledige betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
43 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of een of meer mededader(s) de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft / hebben vergoed;
Vordering benadeelde partij [slachtoffer 16]
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededader(s) aan de benadeelde partij [slachtoffer 16] te betalen een bedrag van
€ 900,00als vergoeding van materiële schade en de wettelijke rente hierover vanaf 16 februari 2023 tot de dag van volledige betaling;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering;
veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot vandaag begroot op € 0,- en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;
legt aan de verdachte voor de feiten 1 en 2
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 16] aan de staat
€ 900,00te betalen, en de wettelijke rente vanaf 16 februari 2023 tot aan de dag van volledige betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
18 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of een of meer mededader(s) de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft / hebben vergoed.

11.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. R.H. Kroon, voorzitter,
en mrs. L. den Teuling en L.N. Foppen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.A. Wolterink, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 9 december 2025.

Voetnoten

1.Proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal] , pagina 422 e.v. van het zaaksdossier
2.Uittreksel uit de justitiële documentatie van 29 oktober 2025